De begraafplaats van de Familie Groeneveld te Woerden

door C.L.J. de Kaper

(artikel in Heemtijdingen, 21e jaargang nr. 2, van juli 1985; Heemtijdingen is het kwartaalblad van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging)

Wie in Woerden van de Leidsestraatweg via de De Brauwstraat naar de Rembrandtlaan gaat ontdekt halverwege de De Brauwstraat aan de linkerkant een onderbreking in de bebouwing. Oppervlakkig gekeken zie je een hek met daarachter hoogopgaand struikgewas en een partij hoog uitgegroeide bomen. Alles bij elkaar maakt het een verwilderde indruk. Degene die bij het hek stil blijft staan ontdekt een door onkruid overwoekerd grindpad dat vanaf het ijzeren toegangshek na een tiental meters naar rechts afbuigt. Tussen de begroeiing valt nóg een hoog smeedijzeren hek te ontdekken. Het grindpad gaat hier langzaam omhoog en mondt uit in een vierkante open plek waarop een aantal zerken en grafstenen te zien zijn. De grootte van deze plek is ca. 100 m2 en ligt op een hoogte van 1.40 m N.A.P.

We zien hier midden in de bebouwde kom tussen de woningen van de De Brauwstraat en die van de erachter gelegen Tournoysstraat een begraafplaats waarvan de totale oppervlakte slechts ca. 1480 m2 bedraagt 1).

De zerken en grafstenen op de begraafplaats, welke begraafplaats niet openbaar is, zijn gegroepeerd in twee rijen. Voor de zerken staan genummerde paaltjes. Voor de eerste rij zerken en grafstenen staan van links naar rechts de paaltjes genummerd 1 tot en met 7 en voor de tweede rij staan de paaltjes van rechts naar links genummerd 8 tot en met 14. De begraafplaats telt in totaal 14 graven.

Overzicht van de begraafplaats.
Foto: G. Blom, Gemeentewerken Woerden

Plattegrond van de begraafplaats.
Archief van de Groeneveldstichting.

In de hierna volgende beschrijving van de graven verwijzen de tussen haakjes geplaatste getallen naar de plaats in de chronologische lijst van begravingen verderop in dit artikel.

Graf 1 en 2 worden bedekt met één zerk met de volgende inscriptie:

 KAREN ASTRID INGEBORG                           (66)
 DOMELA NIEUWENHUIS
 DEN HAAG 10-3-1925
 HARDERWIJK 25-6-1959
  
 HANS PEDER WILHELM                              (67)
 DOMELA NIEUWENHUIS
 5-11-1960 AMSTERDAM 13-1-1961 

Graf 3 heeft als bedekking een zerk met aan het hoofdeind een grafsteen.

De tekst op de grafsteen:

 JAN WILLEM                                      (52)
 ROESSINGH VAN ITERSON Gzn
 GEBOREN 24 APRIL 1879
 OVERLEDEN 5 DECEMBER 1924.

De tekst op de zerk luidt:

 RUSTPLAATS
 VAN
 JAN WILLEM ROESSINGH                            (37)
 VAN ITERSON.
 GEB: 25 OCTOBER 1810
 OVERL: 28 FEBRUARI 1889.
 EN ZIJNE ECHTGENOOTE
 DIRKJE TEN NOEVER                               (44)
 GROENEVELD.
 GEB: 31 MAART 1810
 OVERL: 22 APRIL 1901.
  
 GIJSBERT ROESSINGH                              (46)
 VAN ITERSON.
 GEB: 4 OCTOBER 1843
 OVERL: 6 JULI 1907.
  
 FREDERIK HENDRIK LODEWIJK                       (53)
 ROESSINGH VAN ITERSON.
 GEB: 3 FEBRUARI 1845
 OVERL: 17 SEPTEMBER 1926  

Graf 4 wordt bedekt met een zerk en heeft aan het hoofdeind een grafsteen.

De tekst op de steen:

 JOH. 14:1-2
 A.E.H. DOMELA                                   (61)
 NIEUWENHUIS NYEGAARD
 GEB. SYPKENS
 * 1869 ELBURG t 1940 BEETSTERZWAAG
 VROUWE VAN D? J.D. DOMELA
 NIEUWENHUIS NYEGAARD 

Op de zerk staat de tekst:

 FAMILIEGRAF
 VAN
 DIONISIUS GROENEVELD.                           (1)
 1813.
  
 AAFJE GROENEVELD.                              (54)
 WED: A.E.H. KNAAP
 GEB: 15 SEPT. 1843 — OVERL: 3 NOV. 1927.
  
 DEONYSIUS GROENEVELD.                          (59)
 31 DEC: 1855 — 23 JUNI 1938. 

Graf 5 heeft een zerk met de volgende tekst:

 RUSTPLAATS
 VAN
 ADRIANA SOPHIA BRANDT                          (47)
 GEB: 23 APRIL 1843
 OVERL: 12 NOVEMBER 1911.
 EN HAAR ECHTGENOOT
 JOHANNES GROENEVELD                            (48)
 GEB: 16 JANUARI 1842
 OVERL: 20 AUGUSTUS 1914.
  
 PETRONELLA GROENEVELD                          (62)
 — DE LOOS
 GEB: 12 SEPTEMBER 1889
 OVERL: 17 MEI 1943. 

Graf 6 heeft slechts een grafsteen.

De tekst hierop luidt:

 HIER RUSTEN
 HERMAN GERRIT V. MEURS                         (56)
 GEB. 7 NOV. 1854 DEN HAAG
 OVERL. 5 NOV. 1929 DEN HAAG
 EN
 MARIA ANNA MEIJER                              (57)
 GEB. 13 JUNI 1858 WOERDEN
 OVERL. 7 SEPT. 1933 DEN HAAG 

Graf 7 wordt bedekt met een zerk met de tekst:

 GERRIT MEIJER                                  (35)
 GEBOREN 1 JANUARI 1817
 OVERLEDEN 9 FEBRUARI 1885
 
 TRIJNTJE MEIJER-HAVERMAN                       (40)
 GEBOREN 30 APRIL 1820
 OVERLEDEN 8 MAART 1893
  
 DIONISIUS MEIJER                               (50)
 GEBOREN 22 DECEMBER 1853
 OVERLEDEN 31 OCTOBER 1921
  
 ELISABETH ANNA MARIA                           (58)
 MEIJER-BOERLIJST
 GEBOREN 22 JULI 1846
 OVERLEDEN 2 APRIL 1934 

Graf 8 heeft een zerk met aan het eind een opstaande steen met bronzen reliëf voorstellend het portret van de overledene.

De tekst op de zerk luidt:

 DS. JAN DERK                                   (65)
 DOMELA NIEUWENHUIS
 NYEGAARD
 25-7-1870 AMSTERDAM 4-1-1955 
Rechts: zerk met opstaande steen en reliëf van graf 8:
Ds. Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard (65).
Links: zerk met grafsteen van graf 9: Petronella de Brauw (42),
Jan Derk Rolandus Hagedoorn (20) en Jacob Domela Nieuwenhuis (51).
De naamstoevoeging Nijegaard op de zerk is strikt genomen niet juist, omdat deze toevoeging bij K.B. van 2 september werd toegestaan aan zijn zoon Jan Derk en diens nazaten.
Foto: G. Blom, Gemeentewerken W

Graf 9 wordt bedekt met een zerk en heeft aan het eind een grafsteen.

De tekst op de steen:

 Als gij dit leest
 ben ik bij onzer aller
 Vader Hier Boven,
 waar Jezus ons plaats
 heeft bereid, Op
 Beider vergeving en
 genade is mijn Hoop,
 en mijn vertrouwen.
 P. ROLANDUS HAGEDOORN
 — DE BRAUW.
 gest. 12 Febr. 1898.                           (42)

De lekst op de zerk luidt:

 RUSTPLAATS
 VAN
 JAN DERK ROLANDUS
 HAGEDOORN                                      (20)
 
 GEB: 21 JULI 1814
 OVERL: 8 FEBRUARI 1858
 GEH: M: P. DE BRAUW
 PROF. MI J. DOMELA NIEUWENHUIS
 NYEGAARD                                       (51)
 1836-1924
 EN ZIJN VROUWE
 E. ROLANDUS HAGEDOORN                          (49)
 1842-1916
 2 COR. 5:1 

Graf 10 heeft een grafsteen met de volgende tekst:

 HIER RUST
 ONZE LIEVE MAN EN VADER
 Dr ISAAC GERRIT TEN NOEVER DE BRAUW            (64)
 GEB. TE WOERDEN 13 JANUARI 1861
 OVERL. TE WIJK BIJ DUURSTEDE 14 FEBRUARI 1945
 VICTORINA AMALIA LIGTVOET                      (68)
 GEB. TE MAKASSAR 24 DECEMBER 1869
 OVERL. TE 's-GRAVENHAGE 23 FEBRUARI 1963
 Wed. VAN Dr ISAÄC GERRIT TEN NOEVER DE BRAUW 
Grafsteen op graf 10: dr. Isaäc Gerrit ten Noever de Brauw (64)
en Victorina Amalia Ligtvoet (68).
Foto: G. Blom, Gemeentewerken Woerden

Graf 11 word’ bedekt met een zerk met de tekst:

 RUSTPLAATS
 VAN
 Dr I. DE BRAUW                                    (28)
 GEB: 10 NOV: 1784
 OVERL: 17 FEB: 1871
 EN ZIJNE ECHTGENOOTE
 G. TEN NOEVER                                     (25)
 GEB: 23 MAART 1796
 OVERL: 7 MEI 1865
  
 Dr J.C. TEN NOEVER DE BRAUW                       (33)
 GEB: 18 FEB: 1822
 OVERL: 26 JULI 1881
 EN ZIJNE ECHTGENOOTE
 A.J.C. ANDRIESSEN                                 (45)
 GEB: 14 JUNI 1832
 OVERL: 24 APRIL 1904 

Graf 12 wordt gemarkeerd door een grafsteen.

De tekst op de steen:

 HIER RUST
 J.J. SIPKENS                                      (55)
 5-11-1865 — 27-11-1928
 EN ZIJN VROUW
 J.E.G. GROENEVELD                                 (63)
 24-9-1869 — 30-9-1943 

Graf 13 heeft een identieke grafsteen.

De tekst op de steen luidt:

 HIER RUST
 G. GROENEVELD                                     (36)
 EN
 M. VAN DORMAEL                                    (43)
 EUGÉNE                                            (60) 

Graf 14 heeft geen enkele aanduiding omtrent wie er begraven ligt.


De oudste grafsteen staat op graf 9 en memoreert het overlijden van Petronella Rolandus Hagedoorn – de Brauw op 12 februari 1898. De andere grafstenen alsmede de zerken zijn van na 1900. De grafstenen op de graven 12 en 13 zijn identiek; die op de graven 3 en 4 lijken sterk op elkaar. Gelijkenis in vormgeving en tekst vertonen de zerken op de graven 3,4, 5,9 en 11. Ook de zerken op de graven 1 -2 en 8 tonen grote overeenkomsten. De beide laatste zerken zijn modern van vormgeving; 1955 en 1958.

Bij het doorlezen van de teksten zijn we jaartallen uit de 19e en 20e eeuw tegengekomen. Twee jaartallen springen eruit; 1813 en 1963. Zo lezen we op de zerk van graf 4: „Familiegraf van Dionisius Groeneveld 1813″ en op de grafsteen van graf 10: „Victorina Amalia Ligtvoet, geb. te Makassar 24 december 1869, overl. Te ‘s-Gravenhage 23 februari 1963″. Het jaartal 1813 betekent de eerste begraving op deze begraafplaats; 1963 is het jaar waarin tot op heden de laatste maal een begraving heeft plaatsgevonden. 150 jaar lang zijn hier de wettige afstammelingen van Dionisius Groeneveld en hun echtgenoten begraven.

Wie was Dionisius Groeneveld?

Dionisius Groeneveld was een zoon uit het huwelijk van Cornelis Groeneveld met Petronella Rietveld. Dionisius werd op 26 november 1734 te Woerden gedoopt door de Evangelisch-Lutherse predikant ds. Johannes Wilhelmus Martini. Op 13 november 1757 huwde hij te Woerden de eveneens Lutherse Aafje de Koen. Zij was gedoopt op 16 september 1731 te Woerden en overleed aldaar op 30 juli 1807. Uit het huwelijk van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen werden 10 kinderen geboren van wie er slechts 4 de huwbare leeftijd bereikten: Trijntje huwde Gerrit Meijer; Petronella huwde mr. Jan Christiaan ten Noever; Klaas huwde Arnolda Johanna van Well en Gijsbert huwde Lucretia Conradina Schutstal 2).

Dionisius Groeneveld was een vermogend man. Hij bezat een aantal stukken land in de omgeving van de stad en enkele woningen.

Hij was onder meer van 1792 tot en met 1805 Heemraad van de polder het Oudeland en Tournoysveld 3). In 1757 had hij uit de nalatenschap van zijn vader diens broodbakkerij op de Rijn en nog een ander huis gekocht 4). Veel bezittingen waren tot hem gekomen door zijn huwelijk met Aafje de Koen. Zo ook de herberg „De Roos” en een stuk land genaamd „de Gulden Hoeve”. In 1732 was dit land eigendom van Dirk Okhuysen, gehuwd met Maria Guldehoef 5). De vanouds gerenomeerde herberg „De Roos” omvatte in die tijd een paarden- en koestal, kaak- en hooibergen en een boomgaard met vruchtbomen van een uitzonderlijke kwaliteit.

De herberg, het woonhuis van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen, lag net buiten de Leidse poort en was het eerste huis aan de Rijn, aan het begin van de Pannebakkerijen 6). Thans staat op deze plaats de kaas- en kipwinkel „De Rozenbrug”, Leidsestraatweg 1. In de herberg vonden de meester steen-, pannen- en tichelbakkers elkaar om zaken te doen en over het weer te praten. Zij hielden er hun gildenvergaderingen en vermaakten zich op  de aanwezige kaatsbaan 7). Dionisius zal door de herberg voortdurend goed op de hoogte geweest zijn van de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw. Zijn zoon, Gijsbert Groeneveld, was sinds de oprichting secretaris van de Woerdense „Vaderlandsche Sociëteit”. Dit patriottengezelschap had als zinspreuk „Eendragt maakt Magt” 8). Dionisius zal met veel mensen van allerlei slag in contact geweest zijn. Als vermogend Lutheraan stond hij op goede voet met de plaatselijke predikant ds. Johannes Conradus Andres (afkomstig van Winschoten 1784 – overleden te Woerden 1824).

Toen in januari 1795 de Bataafse omwenteling zich voltrok werd op de 28e van die maand te Woerden het plaatselijk comité revolutionair opgericht. Dit comité, bestaande uit tegenstanders van het plaatselijk bestuur, stond onder leiding van Dionisius Groeneveld. Hij was een vurig patriot. Bovendien behoorde hij door zijn lidmaatschap van de Evangelisch-Lutherse gemeente van Woerden tot de dissenters, protestanten die niet de Gereformeerde godsdienst beleden. Door hun uitsluiting bij het bekleden van overheidsfuncties waren de dissenters grote voorstanders van de nieuwe idealen „vrijheid, gelijkheid en broederschap”.

Een groot pleitbezorger voor de nieuwe idealen was Dionisius’ schoonzoon mr. Jan Christiaan ten Noever. Deze was sinds 1780 uitgever van de „Zuid Hollandsche Courant” en plaatste in dit blad scherpe aanvallen op de stadhouderlijke regering en de stedelijke besturen. Ook de schoonvader van Dionisius’ zoon Klaas, Adrianus Cornelis van Well, was een voorstander van de Bataafse omwenteling.

A.C. van Well had van 1768 tot 1795 deel uitgemaakt van de vroedschap. Verschillende malen was hij burgemeester en schepen van de stad. Jan Christiaan ten Noever, Adrianus Cornelis van Well en de Evangelisch-Lutherse predikant ds. Johannes Conradus Andres werden op 31 januari 1795 gekozen tot representanten van de bevolking van Woerden. De toen gevormde provisionele municipaliteit telde 9 leden welke de eed van trouw aflegden in handen van de voorzitter van het comité revolutionair Dionisius Groeneveld. Toen later Jan Christiaan ten Noever in het provinciaal bestuur werd benoemd trad Dionisius zelf toe tot de provisionele municipaliteit. Toen in 1798 de provisionele municipaliteit door een definitief stadsbestuur werd vervangen bleef Dionisius zitten. Hij trad in 1799 echter af. Zijn schoonzoon Gerrit Meijer werd in 1798 benoemd in het College van Justitie 9).

In 1796 werd een overeenkomst opgemaakt tussen de provisionele municipaliteit en Dionisius Groeneveld betreffende de kazernering van militairen in Woerden. In een brief van 11 mei 1813 vroeg Dionisius aan de Maire een afschrift van de akte van overeenkomst.

Uit deze brief bleek dat hij de zorg had voor de inkwartiering/legering van militairen in Woerden. Herberg „De Roos” zal hier ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld 10).

Op 26 juli 1813 liet Dionisius Groeneveld ten overstaan van notaris mr. Jacobus Bredius zijn laatste testament opstellen. Hij vermaakte „ziek zittend in zijn stoel” in een benedenvertrek van de herberg „De Roos” al de roerende en onroerende goederen welke hij op de dag van overlijden in bezit zou hebben aan zijn vier kinderen: Klaas Groeneveld, Gijsbert Groeneveld, Trijntje Groeneveld, huisvrouw van Gerrit Meijer en Petronella Groeneveld, huisvrouw van Jan Christiaan ten Noever. Ieder zou een gelijk deel krijgen. Ook de kleinkinderen kregen een aandeel in de erfenis. De preciese verdeling der goederen stond niet omschreven en ook ontbrak een opsomming van de aanwezige roerende en onroerende goederen. Gijsbert Groeneveld en Jan Christiaan ten Noever werden benoemd tot executeur testamentair 11).

De toen 78-jarige Dionisius Groeneveld voelde zijn einde naderen.

Behalve zijn nalatenschap zal in die tijd ook zijn begrafenis zijn geregeld. In een tijd waarin talrijke gewoonten op politiek en maatschappelijk terrein waren doorbroken was ook de praktijk van het begraven niet ongemoeid gebleven.

Reeds in het derde kwart van de 18e eeuw rees er alom verzet tegen het begraven in de kerk. Sommigen meenden dat de „kwalijke dampen” van de stoffelijke overschotten door de zerken drongen en zodoende de gezondheid van de ‘zondagse kerkgangers ondermijnden. Eén van de bekendste geschriften over dit onderwerp vloeide in 1777 uit de ganzeveer van A. Kluyt, een felle tegenstander van het begraven in de kerk. Mogelijk als gevolg van dit geschrift werd twee jaar later aan de Scheveningseweg te Scheveningen de begraafplaats „Ter Navolging” gesticht. De naamgeving van deze begraafplaats was een aansporing voor de levenden hun doden voortaan in de buitenlucht te begraven. Behalve medische bezwaren waren er ook ethische en bouwtechnische bezwaren. In veel gevallen veroorzaakte het begraven in de kerk verzakkingen van de zerkenvloer.

Ook de nieuwe idealen „vrijheid, gelijkheid en broederschap” waren van invloed op de praktijk van het begraven. In Diemen was het de „Bataafse en menslievende” jonkvrouwe Catharina Maria Best die een kerkhof verkoos boven het praalgraf in de kerk. Inmiddels werden er door burgers „met gemeenschapszin bezield” verschillende begraafplaatsen gesticht, zoals te Diemerbrug in 1789, te Katwijk aan Zee in 1791 en te Muiderberg in 1794. De bezwaren tegen het begraven in de kerkgebouwen wonnen al maar meer terrein. Zo was tegen het eind van de 18e eeuw de tijd rijp voor het Decreet van 1795 dat het begraven binnen de Hollandse steden verbood.

Op 8 juni 1795 vaardigden de representanten van het volk van Holland een decreet uit waarin niet alleen het begraven in de kerkgebouwen werd verboden, maar zelfs binnen de steden! De bekrachtiging ervan werd op de lange baan geschoven 12). Toen op 30 juli 1807 Aafje de Koen, echtgenote van Dionisius Groeneveld, overleed, werd zij in het eigen graf (geërfd van Klaas de Koen) aan de noordzijde no. 72 van de Petruskerk te Woerden begraven 13). Bij de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk werd de Franse wetgeving hier van kracht. Deze verbood het begraven in de kerk. In juni/juli 1811 vond een briefwisseling plaats tussen de Maire en de kerkmeesters van de Petruskerk betreffende een schrijven van de onderprefect van het arrondissement Utrecht aangaande het begraven buiten de stad.

De kerkmeesters antwoordden dat zij wel mee wilden werken doch eenvoudig niet in staat waren een begraafplaats buiten de stad te stichten. Zij voerden aan dat zij geen geschikte plaats voor een begraafplaats konden vinden omdat buiten de stad alle grond in handen van het rijk en in particulier bezit was. Bovendien waren de kerkelijke financiën te zwak een en ander te kunnen bekostigen. In een later stadium beloofden de kerkmeesters een begraafplaats te zullen stichten maar zij konden nog niet zeggen wanneer en waar 14). Toen eind 1812 de definitieve datum waarop het verbod van begraven in de kerk ook in ons land van kracht zou worden, bekend werd gemaakt, was er in Woerden nog niets geregeld. Met ingang van 1 januari 1813 mocht er niet meer in de kerk worden begraven. De begravingen vonden vanaf die tijd plaats op het naast de kerk gelegen kerkhof.

Maar nauwelijks was ons land weer vrij van de Franse overheersing of bij Souverein Besluit van 22 december 1813 werd het begraven in de kerk weer toegestaan 15).

Dionisius Groeneveld, bezitter van een eigen graf in de Petruskerk (no. 72 aan de noordzijde), had besloten zich niet in de kerk of op het kerkhof ernaast te laten begraven. Hij verkoos een andere oplossing. Voor zichzelf en zijn wettige afstammelingen en hun echtgenoten stichtte hij op een klein stukje land in de Pannebakkerijen (polder het Oudeland en Tournoysveld) een eigen begraafplaats. De reden is niet achterhaald. Ook is niets te vinden over het tijdstip waarop hij deze beslissing nam. Wilde hij als Lutheraan niet in het kerkgebouw van de Gereformeerde gemeente worden begraven? Wilde hij zoals de Waterlandse predikant Albert Beekhuis „den leevenden niet benadeelen?” Vond Dionisius Groeneveld dat kost wat kost de Franse wetgeving uitgevoerd diende te worden?

Wilde hij een voorbeeld stellen van „Bataafse menslievendheid” 16)?

Dionisius Groeneveld overleed op 29 juli 1813. Diezelfde dag nog werd hij begraven op zijn eigen begraafplaats 17). Voor de begrafenis zal door de burgerlijke overheid toestemming moeten zijn gegeven. De begrafenis werd verzorgd door de koster/doodgraver van de Petruskerk Roeland van Wijk Jacobszn. Voor de begrafenis zullen door hem de gebruikelijke kosten voor baar, kleed e.d. zijn berekend.

Tussen 1813 en 1963 hebben heel wat begravingen plaatsgevonden op de kleine familiebegraafplaats. 68 begravingen zijn er op dit moment bekend.

Lijst van begravingen 18)

Begraafdata:

Nr.BegraafdatumNaam
11813, 29 juliDionisius Groeneveld.
21814, 20 novemberMr. Jan Christiaan ten Noever.
31817, 15 maartEen doodgeboren kind van Gijsbert Groeneveld.
41817, 21 oktoberJan Engelke Meijer.
51819, 10 februariArnolda Johanna van Well.
61819, 11 oktoberTrijntje Groeneveld.
71820, 7 januariJohannes Engelke Meijer.
81820, 16 novemberEen doodgeboren kind van Dionisius Meijer.
91821, 10 maartKlaas Groeneveld.
101822, 24 meiJan Engelke Meijer.
111832, 26 aprilPetronella Groeneveld.
121834, 10 januariJohanna Hendrica ten Noever.
131849, 16 juliHieronimus Noorduijn.
141849, 9 augustusGijsbert Groeneveld.
151855, 23 novemberHillebrand Diederik Groeneveld.
161857, 13 januariAlethes Albert Groeneveld.
171857, 2 maartJan Meijer.
181857, 5 meiJohanna Coenradina Alida de Brauw.
191857, 27 oktoberDionisius Groeneveld.
201858, 12 februariJan Derk Rolandus Hagedoorn (graf 9).
211860, 4 juniHendrik Sekoet Meijer.
221862, 19 decemberLucretia Conradina Schutstal.
231864, 10 novemberPetronella Meijer.
241865, 3 januariTheodore Denis Martin Groeneveld.
251865, 10 meiGerrigje ten Noever (graf 11).
261865, 20 oktoberFrederik Hendrik Lodewijk Donckermann.
271868, 29 juliMargaretha Emma Groeneveld.
281871, 21 februariIsaäc de Brauw (graf 11).
291872, 4 januariLouis Frederic Lambert.
301873, 11 maartDionisius Meijer.
311873, 17 juniLouis Frederic Lambert.
321874, 16 septemberLouis Frederic Lambert.
331881, 30 juliJan Christiaan ten Noever de Brauw (graf 11 ).
341883, 17 maartAletta Albertina Meijer.
351885, 13 februariGerrit Meijer (graf 7).
361886, 8 meiGijsbert Groeneveld (graf 13).
371889, 4 maartJan Willem Roessingh van Iterson (graf 3).

Overlijdensdata:

Nr.OverlijdensdatumNaam
381892, 27 januariAafje Groeneveld.
391892, 23 februariTheodora Lucretia Groeneveld.
401893, 8 maartTrijntje Haverman (graf 7).
411894, 10 septemberPieter Cornelis Groeneveld.
421898, 12 februariPetronella de Brauw (graf 9).
431900, 8 novemberMarie Therezia van Dormael (graf 13).
441901, 22 aprilDirkje ten Noever Groeneveld (graf 3).
451904, 24 aprilAnna Jacoba Catherina Andriessen (graf 11 ).
461907, 6 juliGijsbert Roessingh van Iterson (graf 3).
471911, 12 novemberAdriana Sophia Brandt (graf 5).
481914, 20 augustusJohannes Groeneveld (graf 5).
491916, 19 maartElisabeth Rolandus Hagedoorn (graf 9).
501921, 31 oktoberDionisius Meijer (graf 7).
511924, 14 augustusJacob Domela Nieuwenhuis (graf 9).
521924, 5 decemberJan Willem Roessingh van Iterson (graf 3).
531926, 17 septemberFrederik Hendrik Lodewijk Roessingh van Iterson (graf 3).
541927, 3 novemberAafje Groeneveld (graf 4).
551928, 27 novemberJan Jacob Sipkens (graf 12).
561929, 5 novemberHerman Gerrit van Meurs (graf 6).
571933, 7 septemberMaria Anna Meijer (graf 6).
581934, 2 aprilElisabeth Anna Maria Boerlijst (graf 7).
591938, 23 juniDeonysius Groeneveld (graf 4).
601940, 16 aprilEugène Jean Joseph Groeneveld (graf 13).
611940, 20 meiAndrea Elisabeth Hermina Sypkens (graf 4).
621943, 17 meiPetronella de Loos (graf 5).
631943, 30 septemberJohanna Everdina Gijsbertha Groeneveld (graf 12).
641945 14 februariIsaäc Gerrit ten Noever de Brauw (graf 10).
651955 4 januariJan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard (graf 8).
661959 26 juniKaren Astrid Ingeborg Domela Nieuwenhuis (graf 1-2).
671961 13 januariHans Peder Wilhelm Domela Nieuwenhuis (graf 1-2).
681963 23 februariVictorina Amalia Ligtvoet (graf 10).

Allen die op de kleine begraafplaats aan de De Brauwstraat liggen begraven behoren tot de wettige afstammelingen van de stichter Dionisius Groeneveld of zijn echtgenoten van hen. Dionisius Groeneveld had bij zijn overlijden in 1813 vier kinderen: Trijntje Groeneveld huisvrouw van Gerrit Meijer, Petronella Groeneveld huisvrouw van mr. Jan Christiaan ten Noever, Klaas Groeneveld getrouwd met Arnolda Johanna van Well en Gijsbert Groeneveld getrouwd met Lucretia Conradina Schutstal 19). De verwantschap van de 68 begravenen met de vier kinderen van Dionisius Groeneveld is in de onderstaande schema’s weergegeven 20). De tussen haakjes geplaatste getallen zijn de nummers van de chronologische lijst van begravingen.

Bij het samenstellen van de lijst van begravenen bleek dat de administratie van de begravingen op de begraafplaats aan de De Brauwstraat tot en met 2 februari 1841 werd bijgehouden in het register van begravenen van de Nederlandse Hervormde gemeente van Woerden 21). Tot en met 31 december 1828 werd het begraven door de kerk verzorgd. In en rond de Petruskerk vonden de gestorvenen hun laatste rustplaats. De koster van de kerk was tevens doodgraver. Toen het begraven in en rond de Petruskerk op 1 januari 1829 verboden was werd de toenmalige koster/doodgraver Antonie van Wijk Rzn. in de vergadering van Burgemeester en Wethouders van 13 januari 1829 aangesteld als lijkbezorger van de burgerlijke begraafplaats, de latere algemene begraafplaats, aan de Hogewal 22). De registratie van de begravingen werd door hem in het kerkelijke register voortgezet. Dit deed ook zijn opvolger zijn broer Baltus van Wijk. Op 2 februari 1841 werd met die registratie gestopt. Bij de vermelding van begravingen van afstammelingen van Dionisius Groeneveld en hun echtgenoten vinden we in het register Vermeldingen zoals: „Op Groeneveld sijn land; op ’t land; in ’t land; op het land buyte; op ’t oudeland in de Kelder; op Elba en op ’t oudeland in de eigene begraafplaats” 23). In het archief der gemeente Woerden vinden we pas registratie van begravingen vanaf 1 februari 1848. Na 1861 werd er bovendien een register bijgehouden waarin ook de afrekeningen van de begrafenisrechten stonden vermeld met opmerkingen over het gebruik van de baar, het kleed en het luiden van de klok. Tot en met 31 december 1890 werden door de gemeente ook de begravingen aan de De Brauwstraat opgetekend. De begravingen werden in die perioden verzorgd door de koster/doodgravers van de Petruskerk welke ook lijkbezorger op de algemene begraafplaats waren. Voor de begravingen aan de De Brauwstraat werden dezelfde rechten betaald aan de gemeente Woerden als voor een begraving op de algemene begraafplaats. Er vonden Ie, 2e en 3e klasse begravingen plaats. Een begraving op buitengewone tijd kostte volgens de verordening betreffende de begraafplaatsen en het begraven van lijken binnen de gemeente Woerden, de dato 26 oktober 1869 na 12 uur ’s middags, f 8,— extra. Voor het luiden van de klok werd f 3,— berekend. Dr. Isaäc de Brauw (28) bijvoorbeeld, werd op 21 februari begraven: 1e klasse, op een buitengewone tijd, met klokgelui en met gebruikmaking van baar en kleed. De begrafenis werd verzorgd door Mijneveld van der Vring die ook het graf had gedolven. Kosten: f 19,50. In de door de burgerlijke gemeente bijgehouden registers kreeg de begraafplaats verschillende benamingen: „Op het oudeland; graf buyten; Oudeland en Luthers Kerkhof’. Deze laatste benaming had de begraafplaats van 1864 tot 1881 24). Ze zal ontstaan zijn door het feit dat het merendeel der begravenen lidmaat of dooplid van de Evangelisch-Lutherse gemeente van Woerden was. Vanaf 1871 werd het aantal begravingen op de begraafplaats vermeld in de gemeenteverslagen. Ook hier werden diverse benamingen gebruikt, zoals: „Op de bijzondere begraafplaats van de familie Groeneveld; de begraafplaats van Ten Oever Groeneveld en de begraafplaats van de Stichting Groeneveld” 25). Met behulp van familieadvertenties en de namen op de zerken en grafstenen is de lijst van begravingen na 1890 verder samengesteld. De lijst van 68 begravingen heeft geenszins de pretentie volledig te zijn.

Na het overlijden van Dionisius Groeneveld op 29 juli 1813 werden de roerende en onroerende goederen onder zijn kinderen verdeeld. Het graf in de Petruskerk, no. 72 aan de noordzijde, waarin op 30 juli 1807 zijn vrouw Aafje de Koen werd begraven, ging op 13 november 1815 over in handen van zijn kinderen 26). Toen op 15 november 1827 in verband met het aangekondigde verbod op het begraven in en rond de kerk de kerkvoogden van de Hervormde gemeente aan Burgemeester en Wethouders van Woerden een opgave deden van eigenaren van graven in de Petruskerk bleken de volgende verwanten van Dionisius Groeneveld een graf te bezitten 27):

Toen in januari 1829 de begraafplaats aan de Hogewal in gebruik werd genomen bleken zij allen een aanvraag te hebben ingediend voor toekenning van vervangende grafruimte 29).

Zo ontvingen:

Dr. Isaac de Brauw (28) was eigenaar van de graven no. 3 en 4. Na zijn dood in 1871 werden beide graven verkocht. Er had geen enkele begraving in plaatsgevonden. Ook in de graven no. 23 en 24 werd nooit begraven. Zij kwamen na verloop van tijd weer aan de burgerlijke overheid. Graf no. 58 werd op 31 december 1873 na het overlijden van Dionisius Meijer (30) overgeboekt op zijn zoon Gerrit Meijer (35). In dit graf hadden wel begravingen plaatsgevonden. Onder andere werd hier de echtgenote van Dionisius Meijer (30) Geertruida Petronella Lem, overleden 21 mei 1847, begraven. Ook in andere graven op de algemene begraafplaats werden verwanten van Dionisius Groeneveld begraven. Marrigje Emmigje van Wijk, echtgenote van Dionisius Groeneveld (19) en schoondochter van Gijsbert Groeneveld (14) en van Lucretia Conradina Schutstal (22), die een telg uit het koster/doodgravers-geslacht Van Wijk was, werd op 25 maart 1881 begraven in graf no. 69. Dit graf was samen met de graven no. 70, 71 en 72 eigendom van de erven Roeland van Wijk. In graf no. 69 werden onder meer kinderen begraven van Dionisius Groeneveld (19) en van Johannes Groeneveld (48), zoon van de voornoemde Dionisius. Ook in graf no. 70 werden kinderen van Johannes Groeneveld (48) begraven. In de periode. 2 februari 1841-1 februari 1848 overleden 3 kinderen van Dionisius Groeneveld (19) en Marrigje Emmigje van Wijk. Door het ontbreken van enige registratie van begravingen in die tijd, kon niet achterhaald worden waar deze kinderen werden begraven, op de begraafplaats aan de De Brauwstraat of op de algemene begraafplaats in één van de graven van de erven Roeland van Wijk 30).

Duidelijk is wel dat lang niet alle verwanten van Dionisius Groeneveld (1) op de door hem gestichte begraafplaats zijn begraven.

Na het overlijden van Dionisius Groeneveld (1) werden door de beide executeuren-testamentair, Gijsbert Groeneveld (14) en mr. Jan Christiaan ten Noever (2) ten overstaan van notaris Jacobus Bredius een aantal onroerende goederen verkocht.

Gedeelte van affiche van de verkoping van de herberg „De Roos” en een aantal
goederen uit de nalatenschap van Dionisius Groeneveld, 1813.
Archief van de Groeneveldstichting

Gijsbert Groeneveld kocht hieruit zelf de herberg „De Roos”, een stuk hooiland in Bulwijk en een stuk wei- en bosland met een boomgaard en teelakker waarop een daglonershuisje en schuurtje, gelegen in het Oudeland, vanouds genaamd „de Gulden Hoeve”, groot 9 morgen en strekkende vanuit „’s landsgracht” tot aan ‘s-Gravensloot en aan beide zijden grenzend aan de weduwen Dirk de Waal en Antonie van der Sluizen 31). In de oorspronkelijk aanwijzende tafel der grondeigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen van 1832 zien we Gijsbert Groeneveld als grootgrondbezitter.

Hij was onder meer eigenaar van 5 vierkante roeden (= 5 are) in het Oudeland gelegen tussen de bezittingen van Dirk de Koning en Gillis de Wolf. Dit stukje land werd omschreven als: „Begraafplaats als hakhout” 32). In 1834 verkocht Gijsbert Groeneveld „de Gulden Hoeve” met uitzondering van het daglonershuisje, erf en boomgaard 33). Kadastraal stond dit huisje met erf bekend onder no. 373 en de boomgaard onder no. 374.

De gezamenlijke oppervlakte bedroeg 13 are en 40 centiare 34). Na het overlijden van Gijsbert Groeneveld in 1849 werden de begraafplaats en het huisje met boomgaard beheerd door Jan Willem Roessingh van Iterson (37), secretaris van de stad Woerden 35). De boomgaard was inmiddels bouwland geworden. Uit de opbrengsten van verhuur van dit huisje en stukje bouwland werden de onkosten van de begravingen op de kleine begraafplaats betaald 36). Hoewel na het overlijden van Dionisius Groeneveld de begraafplaats in eigendom was overgegaan op zijn zoon Gijsbert werden toch vele van zijn nakomelingen er begraven. Bij de begraafplaats behoorde het recht van overpad opdat de stoffelijke overschotten vanaf de straatweg en vanaf de Rijn naar hun laatste rustplaats konden worden vervoerd. Naar het huisje en stukje bouwland liep een noodweg. Deze noodweg was gelegen op andermans grond. In 1917 was die grond eigendom van de heer Bredius, eigenaar van de villa „Rijnoord”, Oudelandseweg 12. Deze wilde het huisje met het stukje bouwland kopen omdat hij vreesde dat de noodweg zakelijk recht zou worden. Hij vreesde dat zijn kinderen er later last van zouden hebben en hij wilde daarom onderhandelen met het bestuur van de begraafplaats van de erven Groeneveld.

Maar een bestuur was er niet. Er werden advertenties gezet in „’t Nieuws van de Dag” (5 oktober 1917), in de „Javabode” (14 januari 1918) en in de „Nieuwe Rotterdamsche Courant” (5 oktober 1917) waarin zij die aanspraak maakten op een begraving op de begraafplaats opgeroepen werden zich te melden 37). Op 30 augustus 1918 werd ten huize van Frederik Hendrik Lodewijk Roessingh van Iterson (53), zoon van de Woerdense gemeentesecretaris, een vergadering van deelgerechtigden inzake de begraafplaats bijeengeroepen. Op die vergadering aan de Haagse Balistraat no. 2d waren aanwezig: Frederik Hendrik Lodewijk Roessingh van Iterson (53), dr. Isaäc Gerrit ten Noever de Brauw (64), Jan Christiaan ten Noever de Brauw (broer van dr. Isaäc Gerrit), prof. mr. Jacob Domela Nieuwenhuis (51), ds. Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard (65), Onko Jalmar Tjardo Nyegaard Domela Nieuwenhuis Nyegaard (zoon van ds. Jan Derk), Jacob Ferdinand Sypko Domela Nieuwenhuis Nyegaard (zoon van ds. Jan Derk), Herman Gerrit van Meurs (56), Albert Ernst Roessingh van Iterson (broer van Jan Willem Roessingh van Iterson (52)) en Hendrik Johannes Groeneveld (echtgenoot van Petronella de Loos (62)) en bovendien kandidaat-notaris Van Beek.

Tijdens de vergadering kwam Dionisius Groeneveld (broer van Hendrik Johannes) binnen. H.G. van Meurs vertegenwoordigde op deze vergadering de afstammelingen van Trijntje Groeneveld (6), dochter van Dionisius Groeneveld de stichter van de begraafplaats. De familieleden De Brauw en Domela Nieuwenhuis vertegenwoordigden de afstammelingen van Petronella Groeneveld (11) en de heren Roessingh van Iterson en Groeneveld vertegenwoordigden de afstammelingen van Gijsbert Groeneveld (14). Tijdens deze vergadering hoopte men tot een rechtspersoonlijkheid of tot een stichting te komen. Er diende een bestuur gevormd te worden met uit elk der overgebleven takken van de erven Dionisius Groeneveld een vertegenwoordiger. Er kwam echter een bestuur van vijf leden: H.G. van Meurs, J.C. ten Noever de Brauw, H.J. Groeneveld als vertegenwoordigers van de drie familietakken en ds. J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard en F.H.L. Roessingh van Iterson vanwege hun toewijding in de zaak van de begraafplaats.

Elk der bestuursleden zou bij notariële akte zijn opvolger benoemen. Het bestuur zou bekijken hoe een stichting in het leven geroepen zou kunnen worden en wat er met het huisje en de grond zou moeten worden gedaan 38). Op 16 april 1919 werd te ‘s-Gravenhage de Groeneveldstichting opgericht. Voor Petrus Johannes Laboyrie, notaris te ‘s-Gravenhage, verscheen Jan Christiaan ten Noever de Brauw voor zichzelf en als gemachtigde voor de andere aanwezigen van de vergadering van 30 augustus 1918 om de minuutakte te ondertekenen 39).

Het doel van de stichting werd als volgt beschreven:

a. „Het kosteloos verschaffen van een grafruimte op na te melden begraafplaats aan de wettige afstammelingen van wijlen Dionisius Groeneveld, gewoond hebbende te Woerden en aldaar overleden den 29 Juli 1813, en hunne echtgenooten, en het onderhoud van die begraafplaats”.

b. „In het algemeen indien daartoe door het Bestuur der Stichting mocht worden besloten, het kosteloos verschaffen van een grafruimte aan gezegde afstammelingen op eene aan de Stichting behoorende begraafplaats en het onderhoud daarvan”.

Het vermogen van de Stichting was:

a. „Een oppervlakte grond gelegen onder Woerden in den Oudelandschen polder, ingericht tot begraafplaats en kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie B. no. 121, groot 5 aren met recht van weg van en naar den straatweg en van en naar den Ouden Rijn”.

b. „Een onder dezelfde Gemeente gelegen stuk grond met daarop aanwezig huis, kadastraal bekend als voren nos. 373 en 374, samen groot veertien aren, dertig centiaren”.

Bepaald werd dat wanneer de inkomsten der stichting niet voldoende waren tot dekking der uitgaven, de beheerders het recht hadden het begraven alleen tegen een door hen te bepalen vergoeding toe te laten. Het bestuur van de stichting zou bestaan uit vier personen die uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester zouden aanwijzen. De bestuursleden waren verplicht schriftelijk een vervanger aan te wijzen. Zij dienden minstens eenmaal per jaar te vergaderen. In die vergadering behoorde de secretaris een nauwkeurig verslag van de lotgevallen der stichting in het afgelopen jaar te doen. Ook moest de penningmeester rekening en verantwoording van zijn beheer afleggen.

Wanneer door het ontbreken van afstammelingen van Dionisius Groeneveld het doel der stichting gedeeltelijk zou vervallen dan zouden de bezittingen overgaan aan de Evangelisch-Lutherse gemeente te Woerden onder de last om de begraafplaats en de daarop aanwezige graven te onderhouden voor zover de inkomsten dat zouden toelaten. Het eventuele overschot zou jaarlijks gevoegd kunnen worden bij dat van de Lutherse diaconie. De Evangelisch-Lutherse gemeente ontving de bevoegdheid na de bij de wet bepaalde tijd de begraafplaats te ruimen terwijl de inkomsten dan in haar geheel aan de diaconie zouden vervallen.

Als eerste bestuurders van de Groeneveldstichting werden benoemd: Herman Gerrit van Meurs (56), Jan Christiaan ten Noever de Brauw, Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard (65) en Hendrik Johannes Groeneveld. Deze laatste, de enige die in Woerden woonachtig was, diende tevens de begraafplaats te onderhouden. Hij had deze verzorging overgenomen van zijn vader Johannes Groeneveld (48) die jarenlang de begraafplaats had verzorgd. Deze had dat zo goed gedaan dat hij op zijn 70e verjaardag hiervoor van een aantal familieleden een blijk van dankbaarheid had gekregen 40).

Het huisje met het bijbehorende stukje grond werd door het bestuur van de stichting verkocht. In 1935 werd het grondgebied van de begraafplaats uitgebreid. Floris Beijen verkocht aan de Groeneveldstichting een stuk grond van 72 are en 67 centiare, gelegen ten noordwesten van de begraafplaats. Later zouden er nog meer wijzigingen in het grondgebied van de begraafplaats worden aangebracht 41). Uiteindelijk kreeg de begraafplaats zijn huidige grootte: c. 1480 m2 (53 m x 27.90 m). De oorzaak hiervan was de woningbouw, tegenover, achter en naast de begraafplaats welke in de tweede helft van de jaren dertig plaatsvond. In 1933, 1937 en 1938 werden de woningen aan de Tournoysstraat gebouwd, in 1936 tot en met 1939 en in 1956 kwamen de huizen aan de De Brauwstraat gereed 42). In de vergadering van de gemeenteraad van 20 augustus 1937 werd de straat waaraan de begraafplaats kwam te liggen de De Brauwstraat genoemd, naar de aldaar begraven dr. Isaac de Brauw, burgemeester en stadsdokter van Woerden (28) 43).

In 1957 ontving mr. Onko Jalmar Tjardo Nyegaard Domela Nieuwenhuis Nyegaard, voorzitter van de Groeneveldstichting, van Burgemeester en Wethouders van Woerden de vraag of de stichting de begraafplaats wilde sluiten. Ze was immers midden in de bebouwde kom komen te liggen. De omwonenden hadden geklaagd omdat het onderhoud te wensen overliet en de opgroeiende jeugd de begraafplaats had ontdekt als ideaal speelterrein. Teneinde de klachten enigszins te verhelpen snoeide de afdeling plantsoenen van de dienst Gemeentewerken tegen vergoeding door de Groeneveldstichting enige malen de bomen, heesters en hagen en werd mevrouw Koole-Alsbach bereid gevonden enig toezicht op de begraafplaats te houden. Voor een regelmatig onderhoud bleken de kosten te hoog te zijn. Het personeel was hiervoor te duur en bovendien ook moeilijk te krijgen. In 1969 kwamen er nieuwe problemen. De toezichthoudster had Woerden inmiddels verlaten. De bestuursleden van de Groeneveldstichting wilden „uit piëteitsoverwegingen en ook in verband met latere begravingen” de begraafplaats handhaven. Zij stelden voor het onderhoud van de begraafplaats en het toezicht erop door de gemeente Woerden te laten verzorgen en bekostigen. In ruil daarvoor wilden zij het niet gebruikte gedeelte van het terrein om niet aan de gemeente afstaan. In augustus en december 1969 vonden hierover besprekingen plaats tussen de gemeente en de beide bestuursleden van de stichting Onko Jalmar Tjardo Nyegaard Domela Nieuwenhuis Nyegaard en Albertus ten Noever de Brauw, zoon van Isaäc Gerrit ten Noever de Brauw (64) en Victorina Amalia Ligtvoet (68). Voorgesteld werd de begraafplaats op te heffen en de familie bijzondere rechten te geven op de algemene begraafplaats aan de Meeuwenlaan onder voorwaarde dat de grond aan de De Brauwstraat om niet aan de gemeente zou worden afgestaan. De gemeente zou de kosten van overbrenging der stoffelijke resten en de inrichting van een apart gedeelte van de algemene begraafplaats voor haar rekening nemen. Enerzijds werd deze regeling aanvaard, anderzijds had het bestuur van de Groeneveldstichting problemen met het opgraven en overbrengen van de stoffelijke overschotten. De statuten van de Groeneveldstichting moesten daarvoor worden veranderd. Inzake de overbrenging van de lichamen, de verkoop van de begraafplaats aan de gemeente en de reservering van een stuk begraafplaats aan de Meeuwenlaan werd zelfs een concept-overeenkomst opgesteld. Omdat er te weinig ruimte op de algemene begraafplaats aan de Meeuwenlaan was werd echter besloten de zaak aan te houden tot er door de gemeente een nieuwe begraafplaats zou zijn gesticht. Op het bestuur van de stichting werd druk uitgeoefend de begraafplaats beter te onderhouden.

In 1973 werd de heer H. Ambagtsheer, De Brauwstraat 24, bereid gevonden het onderhoud van en het toezicht op de begraafplaats te verzorgen. Hij doet dit tot op heden. De grond welke bij sluiting en opheffing van de begraafplaats zou vrijkomen zou door de gemeente ingericht worden als parkeerterrein en als kinderspeelplaats. Aan beide bestemmingen was in de buurt een dringende behoefte 44).

Op 18 oktober 1974 verzocht het bestuur van de Groeneveldstichting bestaande uit: Onko Jalmar Tjardo Nyegaard Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Albertus ten Noever de Brauw en Harald Tage Sigvard Domela Nieuwenhuis (een zoon van Onko Jalmar Tjardo) om wijziging van de statuten. In een beschikking van de arrondissementsrechtbank te Utrecht dd. 28 april 1975 werd artikel 2, het artikel waarin het doel van de stichting was omschreven vervangen door een nieuw artikel met de volgende tekst:

„De stichting heeft ten doel:

a. Het verschaffen van een grafruimte op een of meer aan haar ter beschikking staande gedeelte(n) van een begraafplaats in de zin van de Wet op de Lijkbezorging aan de wettige afstammelingen van wijlen Dionisius Groeneveld, overleden de negenentwintigste juli 1813, en hunne echtgenoten alsmede het onderhoud van die grafruimte(n). De stichting is bevoegd van hen die daarvoor in aanmerking komen een bijdrage in de kosten van een en ander te verlangen.

b. In het algemeen het verlenen van geldelijke steun aan de nabestaanden van de sub a. bedoelde personen bij de lijkbezorging van laatstgemelden, in de zin van art. 1 van genoemde wet” 45).

Een beweegreden tot dit verzoekschrift was dat het voortgezet gebruik van de begraafplaats aan de De Brauwstraat op ernstige bezwaren begon te stuiten alsmede dat de stichting niet over de middelen beschikte om elders een terrein aan te kopen om daarop een bijzondere begraafplaats te doen aanleggen. Voorts wilde de Kerkeraad van de Evangelisch-Lutherse gemeente te Woerden van de verplichtingen genoemd in de overeenkomst van 30 augustus 1918 af. Zij wilde niet meer de verplichting hebben bij het ontbreken van afstammelingen van Dionisius Groeneveld de graven te doen onderhouden en na verloop van tijd te doen ruimen. De wijziging van het betreffende artikel in de stichtingsakte werd niet doorgevoerd want mocht zich ooit een dergelijke situatie voordoen dan bestaat voor de Evangelisch-Lutherse gemeente de vrijheid afstand te doen van de aanspraken op het beheer van de begraafplaats aan de De Brauwstraat.

De huidige bestuursleden van de Groeneveldstichting bezinnen zich momenteel opnieuw over het voortbestaan van de begraafplaats. Zij kunnen de huidige begraafplaats handhaven en deze in een goede staat brengen en houden, of de begraafplaats sluiten en de stoffelijke overschotten overbrengen naar een afzonderlijk gedeelte van de gemeentelijke begraafplaats „Rijnhof’ en de vrijkomende grond overdragen aan de gemeente Woerden.

De begraafplaats aan de De Brauwstraat mag dan tot de kleinsten van ons land behoren, ze is de oudste nog bestaande begraafplaats van Woerden en herbergt in haar grond de stoffelijke resten van mensen die van grote betekenis zijn geweest voor de Woerdense samenleving. Ook liggen er mensen begraven die nationaal en internationaal veel betekend hebben.


BIJLAGE 1

Lijst van begravingen met biografische gegevens 46)

Begraafdata:

1. 1813, 29 juli   Dionisius Groeneveld.

Stichter van de begraafplaats.

2. 1814, 20 november   Mr. Jan Christiaan ten Noever.

Gedoopt te Lingen (Hannover) op 2 december 1752. Hij was de jongste zoon van dr. Bernhard Rutger ten Noever en Johanna Hendrica Wolters. Hij studeerde rechten aan de Academie van Lingen. Op 1 april 1787 huwde hij te Woerden Petronella Groeneveld, dochter van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Hij overleed te Leiden op 20 november 1814. Mr. Jan Christiaan ten Noever was een vurig patriot.

3. 1817, 15 maart   Een doodgeboren kind van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal.

Gijsbert Groeneveld was een zoon van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen.

4. 1817, 21 oktober   Jan Engelke Meijer.

Hij werd te Woerden geboren op 23 januari 1787 en overleed aldaar op 18 oktober 1817. Hij was een zoon van Trijntje Groeneveld en Gerrit Meijer.

5. 1819, 10 februari   Arnolda Johanna van Well.

Zij werd in augustus 1755 in Woerden geboren en overleed aldaar op 8 februari 1819. Zij was gehuwd met Klaas Groeneveld, zoon van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Zij was een dochter van Adrianus Cornelis van Well.

6. 1819,11 oktober   Trijntje Groeneveld.

Zij was de oudste dochter van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Zij werd op 13 december 1759 te Woerden geboren en overleed op 9 oktober 1819 aldaar. Op 19 maart 1786 huwde zij te Woerden Gerrit Meijer.

7. 1820, 7 januari   Johannes Engelke Meijer.

Hij was een kind van Dionisius Meijer en Geertruida Petronella Lem en werd te Woerden geboren op 1 november 1819. Hij overleed te Woerden op 6 januari 1820.

8. 1820, 16 november   Een doodgeboren kind van Dionisius Meijer.

In het begraafboek bijgehouden door de koster/doodgraver van de Petruskerk Roeland van Wijk Jzn. staat vermeld: „Een kind Dood Geboore van Dieonisius Groeneveld …” 47). In het Register van Overlijden, 1811-1820 opgemaakt en bijgehouden door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand der gemeente Woerden blijkt op 15 november 1820 aangifte te zijn gedaan van een doodgeboren kind van Dionisius Meijer 48). Met zekerheid is vast te stellen dat het hier hetzelfde kind betreft. Bovendien is er in 1820 geen Dionisius Groeneveld in Woerden woonachtig.

9. 1821,10 maart   Klaas Groeneveld.

Hij werd te Woerden geboren op 25 april 1764 als 5e kind van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Hij huwde Arnolda Johanna van Well. Op 9 maart 1821 overleed hij te Woerden.

10. 1822, 24 mei   Jan Engelke Meijer.

Hij werd te Woerden geboren op 21 december 1821 en overleed aldaar op 23 mei 1822. Hij was een kind van Dionisius Meijer en Geertruida Petronella Lem.

11. 1832, 26 april   Petronella Groeneveld.

Zij werd op 28 november 1762 te Woerden geboren. Zij was een dochter van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Op 1 april 1787 trad zij in het huwelijk met mr. Jan Christiaan ten Noever. Petronella Groeneveld overleed op 22 april 1832 te Woerden.

12. 1834, 10 januari   Johanna Hendrica ten Noever.

Zij was een dochter van Petronella Groeneveld en mr. Jan Christiaan ten Noever en werd geboren te Woerden op 10 januari 1788. Op 17 januari 1788 werd zij door ds. Andres in de Evangelisch-Lutherse kerk te Woerden gedoopt. Zij huwde dr. Frederik Hendrik Lodewijk Donckermann. Zij overleed te Leiden op 10 januari 1834.

13. 1849, 16 juli   Hieronimus Noorduijn.

Hij werd geboren te Gorinchem in 1822 en huwde op 30 september 1847 te Woerden Alida Charlotte Albertina de Brauw, geboren 1 december 1825, dochter van dr. Isaäc de Brauw en Gerrigje ten Noever, kleindochter van Jan Christiaan ten Noever en Petronella Groeneveld. Hieronimus Noorduijn vestigde zich als bierbrouwer en azijnfabrikant te Kockengen. Hij overleed op 16 juli 1849. Zijn weduwe trouwde later met Willem Frederik van Erp Taalman Kip, luitenant ter zee.

14. 1849, 9 augustus   Gijsbert Groeneveld.

Hij was de jongste zoon van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Hij werd op 7 december 1770 te Woerden geboren en overleed aldaar op 6 augustus 1849. Hij trad te Groningen in 1801 in het huwelijk met Lucretia Conradina Schutstal. Na het overlijden van zijn vader Dionisius kocht Gijsbert uit de erfenis diverse stukken grond en ook de herberg „De Roos”. Naast het beroep van kastelein/logementhouder was hij leerlooier.

15. 1855, 23 november   Hillebrand Diederik Groeneveld.

Hij werd te Woerden geboren op 11 januari 1855 en overleed datzelfde jaar op 18 november. Hij was een zoon van Cornelis Groeneveld en Cornelia Reidaas en een kleinzoon van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal.

16. 1857,13 januari   Alethes Albert Groeneveld.

Geboren te Woerden op 3 maart 1856 en overleden aldaar op 9 januari 1857. Hij was een zoon van Cornelis Groeneveld en Cornelia Reidaas.

17. 1857, 2 maart   Jan Meijer.

Hij werd geboren te Woerden 24 november 1856 en overleed aldaar 26 februari 1857. Hij was een zoon van Gerrit Meijer en Trijntje Haverman en een achterkleinkind van Trijntje Groeneveld en Gerrit Meijer.

18. 1857, 5 mei   Johanna Coenradina Alida de Brauw.

Zij werd geboren te Woerden op 3 mei 1814 en overleed aldaar op 1 mei 1857. Zij was een dochter uit het huwelijk van Isaac de Brauw en Christina Andres. Christina Andres, dochter van ds. Johannes Conradus Andres, Evangelisch-Luthers predikant te Woerden, overleed 11 augustus 1817. 20 augustus 1818 huwde Isaac de Brauw Gerrigje ten Noever, dochter van mr. Jan Christiaan ten Noever en Petronella Groeneveld.

19. 1857, 27 oktober   Dionisius Groeneveld.

Hij was de oudste zoon van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal. Hij werd te Woerden geboren op 10 juni 1804 en overleed aldaar op 23 oktober 1857. Hij was werkmeester bij de gevangenen op het kasteel van Woerden. Dionisius Groeneveld trouwde op 17 april 1828 Marrigje Emmigje van Wijk, geboren 24 juni 1809, dochter van Antonie van Wijk, koster/ doodgraver van de Petruskerk en Neeltje Blonk. Marrigje Emmigje van Wijk overleed 22 maart 1881.

20. 1858, 12 februari   Jan Derk Rolandus Hagedoorn.

Hij werd geboren te Delft op 21 juli 1814 en was een zoon van Jan Derk Hagedoorn en Elisabeth Rolandus. Van beroep was hij kapitein der infanterie. Jan Derk Rolandus Hagedoorn huwde op 8 augustus 1841 Petronella de Brauw, geboren te Woerden 22 juli 1819, dochter van dr. Isaac de Brauw en Gerrigje ten Noever. Hij overleed 8 februari 1858 te Woerden en ligt volgens vermelding op de zerk begraven in graf 9.

21. 1860, 4 juni   Hendrik Sekoet Meijer.

Hij werd te Woerden geboren op 27 december 1859 en overleed in die stad op 31 mei 1860. Zijn ouders waren Gerrit Meijer en Trijntje Haverman.

22. 1862, 19 december   Lucretia Conradina Schutstal.

Zij werd op 19 november 1775 te Zwolle geboren als dochter van Hilbrand Schutstal en Dirkje ten Noever. Zij huwde te Groningen in 1801 met Gijsbert Groeneveld, jongste zoon van Dionisius Groeneveld en Aafje de Koen. Zij overleed te Woerden op 15 december 1862.

23. 1864, 10 november   Petronella Meijer.

Zij was geboren te Woerden op 12 september 1818 en was een dochter van Dionisius Meijer en Geertruida Petronella Lem. Op 18 oktober 1860 trad zij in het huwelijk met Lodewijk Jacobus Albertus Benier, geboren te ‘s-Gravenhage op 13 november 1828 en van beroep banketbakker. Zij woonden in bij Dionisius Meijer (30), Kruisstraat 6 (Bata). Op dit nummer was de winkel, terwijl om de hoek, aan de Rijn, de bakkerij was gevestigd. Petronella Meijer overleed te Woerden op 6 november 1864. Op 22 maart 1866 huwde haar weduwnaar Maria Bakker uit Leiden.

24. 1865, 3 januari   Theodore Denis Martin Groeneveld.

Hij werd geboren te Woerden op 7 december 1864 en overleed diezelfde maand op de 31e. Hij was de oudste zoon van Gijsbert Groeneveld en Marie Therezia van Dormael en kleinzoon van Dionisius Groeneveld en Marrigje Emmigje van Wijk.

25. 1865, 10 mei Gerrigje ten Noever.

Zij werd te Woerden geboren op 23 maart 1796 als dochter van mr. Jan Christiaan ten Noever en Petronella Groeneveld. Op 20 augustus 1818 trad zij in het huwelijk met Isaäc de Brauw, medicinae doctor te Woerden. Zij woonden vele jaren aan de Rietvelderstraat, thans Voorstraat 14 (Fidder). Zij overleed te Woerden op 7 mei 1865.

In 1850 is van haar een portret in pastel gemaakt. Later is hiervan een kopie in olieverf vervaardigd 49).

Gerrigje ten Noever.
Schilderij in olieverf, na 1850.
Particuliere collectie.

Getuige de tekst op de zerk ligt zij begraven in graf 11.

26. 1865, 20 oktober   Frederik Hendrik Lodewijk Donckermann.

Hij werd op 13 mei 1773 te Lingen (Hannover) geboren. Hij was een zoon van Conrad Jacob Donckermann en Ester Sophia Aleida Hullesheim. Hij was getrouwd met Johanna Henrica ten Noever, dochter van mr. Jan Christiaan ten Noever en Petronella Groeneveld. Hij was repetitor aan de Universiteit van Leiden. Hij overleed op 16 oktober 1865 te Woerden.

27. 1868, 29 juli   Margaretha Emma Groeneveld.

Zij werd geboren te Woerden 9 mei 1868 en overleed aldaar op 27 juli 1868. Zij was een kind van Gijsbert Groeneveld en Marie Therezia van Dormael.

28. 1871, 21 februari   Isaäc de Brauw.

Hij was een zoon van generaal Cornelis de Brauw en Alida Charlotte Albertina Paris. Hij werd op 10 november 1784 te ‘s-Hertogenbosch geboren. Hij studeerde te Utrecht en Leiden aan de universiteit en promoveerde in 1811 te Leiden tot medicinae doctor. Hij vestigde zich in 1812 als geneesheer in Woerden en volgde in die functie dr. J.P. Bredius op. Bij de terugkeer van de Franse troepen in november 1813 week hij uit naar Rotterdam maar keerde na hun vertrek weer in Woerden terug. In 1816 werd hij lid van de gemeenteraad. Op grond van het nieuwe reglement op de besturen van de steden (1824) werd hij raadslid en wethouder en in 1826 na het overlijden van mr. J. Bredius burgemeester. Hij bleef burgemeester tot 1852, toen op grond van de nieuwe gemeentewet van 1851 de benoeming van burgemeesters anders geregeld diende te worden. Hij werd toen weer gemeenteraadslid en bleef dit tot 1868. Hij deed in 1869 zijn artsenpraktijk over aan zijn zoon Jan Christiaan ten Noever de Brauw (1822-1881) en verliet zijn huis aan de Rietvelderstraat, thans Voorstraat 14 (Fidder). Hij vertrok naar Amsterdam waar hij bij zijn kleinzoon prof.mr. Jacob Domela Nieuwenhuis introk.

In 1850 is van hem, evenals van zijn echtgenote Gerrigje ten Noever een portret in pastel gemaakt. Later is hiervan een kopie in olieverf vervaardigd 50).

Isaäc de Brauw.
Schilderij in olieverf, na 1850.
Particuliere collectie

Isaäc de Brauw trouwde op 31 maart 1814 met Christina Andres, dochter van de Evangelisch-Lutherse predikant ds. Johannes Conrades Andres. Zij overleed op 11 augustus 1817. Op 20 augustus 1818 trad hij opnieuw in het huwelijk. Hij trouwde met Gerrigje ten Noever, dochter van mr. Jan Christiaan ten Noever en Petronella Groeneveld.

Als medicus heeft Isaac de Brauw verschillende studies gepubliceerd. In 1853 en 1860 schreef hij enkele artikelen over de hygiëne in de strafgevangenissen. Hij was als arts belast met het medisch toezicht op de gevangenen in het kasteel van Woerden. Hij heeft veel gedaan ter verbetering van de toestand van de gevangenen 51).

Hij was een gezien geneesheer. Zijn 50-jarig jubileum is dan ook niet ongemerkt voorbijgegaan.

Isaäc de Brauw overleed te Amsterdam op 17 februari 1871.

Hij werd begraven in graf 11, het graf waarin ook zijn echtgenote Gerrigje ten Noever begraven was.

In de vergadering van de gemeenteraad van Woerden van 20 augustus 1937 werd de straat waaraan de begraafplaats van de familie Groeneveld is gelegen vernoemd naar dr. Isaac de Brauw: De Brauwstraat 52).

29. 1872, 4 januari   Louis Frederic Lambert.

Hij werd geboren te Woerden op 1 november 1871 en overleed te Woerden op 2 januari 1872. Hij was een kind van Neeltje Lucretia Conradina Groeneveld en Gustave Richard Lambert en een kleinkind van Dionisius Groeneveld en Marrigje Emmigje van Wijk. Gustave Richard Lambert was van beroep fotograaf. Hij heeft onder meer de foto’s gemaakt voor het „Album van Woerden en Omstreken 1873″, waarvan in 1975 een herdruk is verschenen in de reeks Stichts-Hollandse Bijdragen nr. 15 53).

30. 1873, 11 maart   Dionisius Meijer.

Hij werd geboren op 12 juni 1788 te Woerden. Hij was een zoon van Trijntje Groeneveld en Gerrit Meijer. Hij trouwde op 11 augustus 1816 met Geertruida Petronella Lem, geboren 12 februari 1781, weduwe van Anthonie van Wijk, omgekomen bij de Franse geweldadigheden op 24 november 1813. In 1822 was hij winkelier in de Kruisstraat, thans no. 6 (Bata). Zijn schoonzoon L.J.A. Benier, echtgenoot van Petronella Meijer (23) vestigde in dit pand zijn bakkerswinkel. In 1832 werkte Dionisius Meijer tevens als stadsbode. Op latere leeftijd staat hij bekend als grondeigenaar. Dionisius Meijer overleed te Woerden op 6 maart 1873.

31. 1873, 17 juni   Louis Frederic Lambert.

Hij werd te Woerden geboren op 26 november 1872 en overleed aldaar op 15 juni 1873. Hij was een zoon van Gustave Richard Lambert en Neeltje Lucretia Conradina Groeneveld. Zie ook begraving no. 29.

32. 1874, 16 September   Louis Frederic Lambert.

Hij werd geboren te Woerden 21 april 1874 en was een zoon van Gustave Richard Lambert en Neeltje Lucretia Conradina Groeneveld. Hij overleed op 14 september 1874 te Woerden. Zie ook de begravingen no. 29 en 31.

33. 1881, 30 juli   Jan Christiaan ten Noever de Brauw.

Hij werd te Woerden geboren op 18 februari 1822. Zijn ouders waren dr. Isaac de Brauw, medicinae doctor, en Gerrigje ten Noever. In 1854 promoveerde Jan Christiaan ten Noever de Brauw te Utrecht tot medicinae doctor. Hij vestigde zich in Woerden. In 1861 werd hij stadsdokter na het overlijden van dr. Johannes Emmanuel Pruymboom. In 1869 nam hij de praktijk van zijn vader Isaac de Brauw over. Jan Christiaan ten Noever de Brauw heeft evenals zijn vader veel geschreven. Bovendien vertaalde hij veel medische werken die in het buitenland waren verschenen. Onder andere vertaalde hij van Robert Druitt: „De mensch; ontleedkunde-geneeskunde, beenderenleer-heelkunde”, Arnhem 1853, in 1867 van W.H. Byford: „De genees- en heelkundige ziekten van het vrouwelijk geslacht”, Tiel, in 1869 van Forbes Winslow: „Over de duistere vormen der hersenziekten en daarmede verwante stoornissen der verstandelijke vermogens”, Tiel, en in 1877 van Richard Hagen zijn „Therapeutisch zakboekje der kinderziekten”, ‘s-Hertogenbosch 54). Hij huwde op 3 november 1859 Anna Jacoba Catherina Andriessen, geboren 14 juni 1832. Jan Christiaan ten Noever de Brauw overleed te Woerden op 26 juli 1881. Hij ligt begraven in graf 11.

34. 1883, 17 maart   Aletta Albertina Meijer.

Zij werd geboren te Woerden op 3 december 1789 en overleed ongehuwd aldaar op 14 maart 1883. Zij was een dochter van Trijntje Groeneveld en Gerrit Meijer.

35. 1885, 13 februari   Gerrit Meijer.

Hij werd te Woerden geboren op 1 januari 1817. Hij was een zoon van Dionisius Meijer en Geertruida Petronella Lem. Hij was van beroep slager/veehouder en woonde aan de Voorstraat 47, thans Siero. Hij huwde Trijntje Haverman, geboren te Bodegraven 30 april 1820. Gerrit Meijer overleed te Woerden op 9 februari 1885 en werd begraven in graf 7.

36. 1886, 8 mei   Gijsbert Groeneveld.

Hij werd geboren te Woerden 24 september 1828. Hij was een zoon van Dionisius Groeneveld en Marrigje Emmigje van Wijk. Van beroep was hij kandidaat-notaris. Hij was werkzaam als deurwaarder bij de arrondissementsrechtbank en bij het kantongerecht te Woerden. Tevens was hij boekhouder, correspondent van een levensverzekeringsmaatschappij en afslager. Hij trad op 28 januari 1864 te Woerden in het huwelijk met Marie Therezia van Dormael, geboren op 1 mei 1839 te Tongeren (B). Zij woonden Voorstraat 31. Gijsbert Groeneveld overleed op 4 mei 1886 en is begraven in graf 13.

37. 1889, 4 maart   Jan Willem Roessingh van Iterson.

Hij werd te Woerden geboren op 25 oktober 1810. Hij was een zoon van Gijsbert Roessingh van Iterson en Hendrika van Loon. Vanaf 20 juni 1842 was hij gemeentesecretaris van Woerden. Bovendien was hij tot en met 1853 nog burgemeester en secretaris van Achttienhoven. Hij bleef gemeentesecretaris tot hij op zijn 78e jaar ontslag vroeg. Het was toen 1888.Op 9 december 1842 trouwde Jan Willem Roessingh van Iterson met Dirkje ten Noever Groeneveld, geboren te Woerden op 31 maart 1810. Zij was een dochter van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal. Jan Willem Roessingh van Iterson overleed te Woerden op 28 februari 1889. Hij ligt begraven in graf 3.

Overlijdensdata:

38. 1892, 27 januari   Aafje Groeneveld.

Zij werd te Woerden geboren op 5 oktober 1807 en overleed in die stad op 27 januari 1892. Zij was ongehuwd en was van beroep naaister. Aafje Groeneveld was een dochter van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal.

39. 1892, 23 februari   Theodora Lucretia Groeneveld.

Zij werd geboren te Woerden op 10 december 1818. Zij huwde niet en was van beroep naaister. Zij was een dochter van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal. Theodora Lucretia Groeneveld overleed te Woerden op 23 februari 1892 kort na haar zus Aafje, begraving 38, met wie zij samenwoonde.

40. 1893, 8 maart   Trijntje Haverman.

Zij werd te Bodegraven geboren op 30 april 1820 en overleed te Woerden op 8 maart 1893. Zij was gehuwd met Gerrit Meijer, zoon van Dionisius Meijer en Geertruida Petronella Lem en woonde aan de Voorstraat 47 (Siero). Zij is begraven in graf 7.

41. 1894, 10 september   Pieter Cornelis Groeneveld.

Hij werd geboren te Gorinchem op 12 januari 1841. Hij was een zoon van Cornelis Groeneveld en Cornelia Reidaas. Hij huwde Catrina Coster Arkisse. Op 10 september 1894 overleed hij te Woerden.

42. 1898, 12 februari   Petronella de Brauw.

Zij werd te Woerden geboren op 22 juli 1819. Zij was een dochter van dr. Isaac de Brauw en Gerrigje ten Noever. Op 8 augustus 1841 huwde zij met de kapitein der infanterie Jan Derk Rolandus Hagedoorn, geboren te Delft 21 juli 1814. Petronella de Brauw overleed op 12 februari 1898 en werd begraven in graf 9 waar ook haar echtgenoot was begraven.

43. 1900, 8 november   Marie Therezia van Dormael.

Zij werd op 1 mei 1839 te Tongeren in België geboren. Zij was een dochter van Theodorus van Dormael en Maria Dorothea Sophia Eugenia van Essen. Van beroep was zij strohoedenmodiste. Zij dreef een eigen hoedenwinkel, Voorstraat 31. Zij trouwde op 28 januari 1864 te Woerden met Gijsbert Groeneveld, zoon van Dionisius Groeneveld en Marrigje Emmigje van Wijk. Marie Therezia van Dormael overleed te Woerden op 8 november 1900 en werd bij haar echtgenoot begraven in graf 13.

44. 1901, 22 april    Dirkje ten Noever Groeneveld.

Zij werd te Woerden geboren op 31 maart 1810. Zij was een dochter van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal. Op 9 december 1842 trad zij in het huwelijk met de Woerdense gemeentesecretaris Jan Willem Roessingh van Iterson, geboren te Woerden 25 oktober 1810. Dirkje ten Noever Groeneveld overleed 22 april 1901 en werd begraven in graf 3, het graf waarin ook haar echtgenoot was begraven.

45. 1904, 24 april   Anna Jacoba Catherina Andriessen.

Zij werd geboren 14 juni 1832 en overleed op 24 april 1904. Op 3 november 1859 trad zij in het huwelijk met Jan Christiaan ten Noever de Brauw, medicinae doctor, zoon van Isaäc de Brauw, medicinae doctor en Gerrigje ten Noever. Zij werd begraven in hetzelfde graf als haar echtgenoot en haar beide schoonouders: graf 11.

46. 1907, 6 juli   Gijsbert Roessingh van Iterson.

Hij werd geboren te Woerden op 4 oktober 1843 en was een zoon van Jan Willem Roessingh van Iterson, gemeentesecretaris van Woerden en Dirkje ten Noever Groeneveld. Hij was werkzaam bij het departement van binnenlands bestuur van Nederlands Indië. Te Batavia trouwde hij op 6 september 1875 met Albertine Ernestine de Torbal. Hij overleed te ‘s-Gravenhage op 6 juli 1907. Hij werd begraven in graf 3 waarin ook zijn ouders hun laatste rustplaats hebben gevonden.

47. 1911, 12 november   Adriana Sophia Brandt.

Zij werd geboren te Bodegraven op 23 april 1843. Zij was een dochter van Hendrik Jochem Brandt en Belia de Jager. Adriana Sophia Brandt huwde Johannes Groeneveld, zoon van Dionisius Groeneveld en Marrigje Emmigje van Wijk. Zij overleed te Woerden op 12 november 1911 en werd begraven in graf 5.

48. 1914, 20 augustus   Johannes Groeneveld.

Hij werd op 16 januari 1842 te Woerden geboren en was een zoon van Dionisius Groeneveld en Marrigje Emmigje van Wijk. Hij trouwde met Adriana Sophia Brandt, geboren te Bodegraven op 23 april 1843. Hij was van beroep zadelmaker en behanger. Hij overleed op 20 augustus 1914 te Woerden en werd in hetzelfde graf begraven als zijn echtgenote: graf 5.

49. 1916, 19 maart   Elisabeth Rolandus Hagedoorn.

Zij werd op 22 juli 1842 te Coevorden geboren. In de Evangelisch-Lutherse kerk van Woerden werd zij gedoopt. Haar ouders waren Petronella de Brauw en Jan Derk Rolandus Hagedoorn. Op 20 augustus 1863 huwde zij te Woerden mr. Jacob Domela Nieuwenhuis. Zij overleed te ‘s-Gravenhage op 19 maart 1916 en werd begraven in graf 9 bij haar ouders.

Elisabeth Rolandus Hagedoorn
Foto: Stichting lconographisch Bureau, ‘s-Gravenhage

50. 1921, 31 oktober   Dionisius Meijer.

Hij werd te Woerden geboren op 22 december 1853. Hij was een zoon van Gerrit Meijer en Trijntje Haverman. Van beroep was hij veehouder, later was hij vertegenwoordiger van de N.O. Landbouwbond. Hij was gehuwd met Elisabeth Anna Maria Boerlijst, geboren te Amsterdam op 22 juli 1846. Dionisius Meijer overleed te Woerden op 31 oktober 1921 en werd begraven in graf 7. In dit graf lagen ook zijn ouders.

51. 1924, 14 augustus   Jacob Domela Nieuwenhuis.

Hij werd geboren te Monnikendam op 19 februari 1836. Hij was een zoon van prof. Ferdinand Jacobus Domela Nieuwenhuis. Op 18 juni 1859 werd hij doctor juris; in september 1859 werd hij advocaat te Amsterdam. In 1877 verkreeg hij het lidmaatschap van de Staten van Noord-Holland. Op 15 november 1884 werd hij benoemd tot hoogleraar in het strafrecht aan de Rijksuniversiteit te Groningen. In 1898 werd hij daar rector-magnificus. Voorts was hij lid van de Evangelisch-Lutherse synode en van het hoofdbestuur van de Christelijk Historische Kiezersbond. Hij is schrijver van vele juridische werken en redacteur van het Tijdschrift voor Strafrecht. Jacob Domela Nieuwenhuis werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw 55).

Jacob Domeia Nieuwenhuis.
Foto: Stichting Iconographisch Bureau, ‘s-Gravenhage

Op 20 augustus 1863 trad hij te Woerden in het huwelijk met Elisabeth Rolandus Hagedoorn, geboren te Coevorden op 22 juli 1842. Hij overleed op 14 augustus 1924 en werd begraven in graf 9, het graf waarin ook zijn echtgenote en zijn schoonouders de laatste rustplaats hadden gevonden.

52. 1924, 5 december   Jan Willem Roessingh van Iterson.

Hij werd geboren te Batavia op 24 april 1879. Hij was een zoon van Gijsbert Roessingh van Iterson en Albertine Ernestine de Torbal en kleinzoon van de gemeentesecretaris. Hij was chef bij Dunlop en Kolff, makelaars te Soerabaja. Hij overleed op 5 december 1924 en werd begraven in graf 3. In dit graf waren ook zijn vader en zijn grootouders begraven.

53. 1926,17 September   Frederik Hendrik Lodewijk Roessingh van Iterson.

Hij werd te Woerden geboren op 3 februari 1845. Hij was een zoon van Jan Willem Roessingh van Iterson, gemeentesecretaris van Woerden en Dirkje ten Noever Groeneveld. Hij was dirigerend Officier van Gezondheid 1 e klasse bij de Zeemacht. Hij was benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij overleed ongehuwd te ‘s-Gravenhage op 17 september 1926. Hij werd begraven in graf 3 bij zijn ouders, broer en neef.

54. 1927, 3 november   Aafje Groeneveld.

Zij werd geboren te Katwijk aan Zee op 15 september 1843 en was een dochter van Cornelis Groeneveld en Cornelia Reidaas. Zij trouwde op 20 juni 1872 met Alphonsius Elias Hermannus Knaap, Ie luitenant kwartiermeester, geboren te Brielle op 30 april 1836. Zij overleed op 3 november 1927 en werd begraven in graf 4.

55. 1928, 27 november   Jacob Jan Sipkens.

Hij werd geboren te Den Helder op 5 november 1865. Van beroep was hij onderwijzer. Hij was te Woerden op 5 oktober 1900 getrouwd met Johanna Everdina Gijsbertha Groeneveld, geboren te Woerden 24 september 1869, dochter van Gijsbert Groeneveld en Marie Therezia van Dormael. Jacob Jan Sipkens overleed te Woerden op 27 november 1928 en werd begraven in graf 12.

56. 1929, 5 november   Herman Gerrit van Meurs.

Hij werd te ‘s-Gravenhage geboren op 7 november 1854. Hij trouwde op 13 april 1886 te Woerden met Maria Anna Meijer, geboren te Woerden op 13 juni 1858, dochter van Gerrit Meijer en Trijntje Haverman. Van beroep was hij militair. Hij overleed te ‘s-Gravenhage en werd in graf 6 begraven.

57. 1933, 7 september   Maria Anna Meijer.

Zij werd geboren te Woerden op 13 juni 1858. Zij was een dochter van Gerrit Meijer en Trijntje Haverman. Zij trouwde op 13 april 1886 te Woerden met de beroepsmilitair Herman Gerrit van Meurs. Maria Anna Meijer overleed te ‘s-Gravenhage op 7 september 1933 en werd begraven in hetzelfde graf als waarin haar echtgenoot zijn laatste rustplaats vond: graf 6.

58. 1934, 2 april   Elisabeth Anna Maria Boerlijst.

Zij werd te Amsterdam geboren op 22 juli 1846. Zij was getrouwd met Dionisius Meijer, geboren te Woerden op 22 december 1853, zoon van Gerrit Meijer en Trijntje Haverman. Zij overleed op 2 april 1934 en werd begraven in graf 7 bij haar man en haar schoonouders.

59. 1938, 23 juni   Deonysius Groeneveld.

Hij werd op 31 december 1855 te Borne geboren. Hij was een zoon van Theodorus Henricus Groeneveld en Johanna Frederika Smit en een kleinzoon van Gijsbert Groeneveld en Lucretia Conradina Schutstal. Deonysius Groeneveld trouwde met Fenna Petronella Mensink. In 1937 trok hij in bij zijn enig kind Anna Maria Groeneveld, gehuwd met Adriaan Gerard Breen, te ‘s-Gravenhage. Hij overleed aldaar op 23 juni 1938. Op 27 juni werd hij begraven in graf 4.

60. 1940, 16 april   Eugène Jean Joseph Groeneveld.

Hij werd te Woerden geboren op 19 maart 1866. Hij was een zoon van Gijsbert Groeneveld en Marie Therezia van Dormael. Hij was van beroep fotograaf. Op 16 april 1940 overleed hij ongehuwd te Woerden. Hij werd begraven in graf 13 bij zijn ouders.

61. 1940, 20 mei   Andrea Elisabeth Helmina Sypkens.

Zij werd geboren op 14 juli 1869 te Elburg als dochter van een predikant. Op 30 juni 1893 trad zij te Groningen in het huwelijk met Jan Derk Domela Nieuwenhuis, zoon van prof. Jacob Domela Nieuwenhuis en Elisabeth Rolandus Hagedoorn. Zij overleed te Beetsterzwaag op 20 mei 1940 en werd begraven in graf 4.

62. 1943, 17 mei   Petronella de Loos.

Zij werd geboren te Boskoop op 12 september 1880. Zij was getrouwd met Hendrik Johannes Groeneveld, geboren te Woerden 28 april 1879, zoon van Johannes Groeneveld en Adriana Sophia Brandt. Petronella de Loos overleed op 17 mei 1943 en werd begraven in graf 5 bij haar schoonouders.

63. 1943, 30 september   Johanna Everdina Gijsbertha Groeneveld.

Zij werd op 24 september 1869 te Woerden geboren. Zij was een dochter van Gijsbert Groeneveld en Marie Therezia van Dormael. Zij was op 5 oktober 1900 te Woerden getrouwd met Jacob Jan Sipkens, geboren te Den Helder op 5 november 1865 en van beroep onderwijzer. Op 30 september 1943 overleed zij en werd ze bij haar echtgenoot begraven in graf 12.

64. 1945, 14 februari   Isaäc Gerrit ten Noever de Brauw.

Hij werd te Woerden geboren op 13 januari 1861. Hij was een zoon van Jan Christiaan ten Noever de Brauw, medicinae doctor te Woerden en Anna Jacoba Catherina Andriessen. Hij trouwde op 25 november 1891 te Loemadjang met Victorina Amalia Ligtvoet. Hij was inspecteur der geneeskundige dienst van de zeemacht; zijn rang was schout bij nacht. Hij overleed op 14 februari 1945 te Wijk bij Duurstede. Daar werd hij tijdelijk begraven. Later werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in graf 10.

65. 1955, 4 januari   Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard.

Hij werd geboren te Amsterdam op 15 juli 1870. Zijn ouders waren mr. Jacob Domela Nieuwenhuis, geboren te Monnikendam op 19 februari 1836 en Elisabeth Rolandus Hagedoorn, geboren te Coevorden op 22 juli 1842. Op 30 juni 1893 trad hij te Groningen in het huwelijk met Andrea Elisabeth Hermina Sypkens, geboren te Elburg 14 juli 1869. Zij overleed in 1940 te Beetsterzwaag. Op 27 maart 1946 huwde hij te Amsterdam Elisabeth Francisca Nieuwenhuis, geboren te Utrecht 5 mei 1882, schilderes en dochter van Ferdinand Jacobus Nieuwenhuis en Josephine Philippine Janitsch. Zij was een achternicht van Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard.

Ds. Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard.
Schilderij in olieverf, Jeanne Bieruma Oosting, 1939.
Coli: mr. O. J.T.N. Domela Nieuwenhuis Nyegaard Amsterdam.
Foto: Stichting Iconographisch Bureau, ‘s-Gravenhage

Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard voerde al vrij vroeg de naamstoevoeging Nyegaard. Deze werd gewettigd bij K.B. van 2 september 1922, nr. 86. Nyegaard was de naam van het dorpje in Sailing, Jutland, Denemarken, waar een der voorvaderen, Niels Pedersen in 1631 werd geboren. Hij noemde zich naar zijn geboorteplaats. Zijn nazaten voerden allen de toevoeging Nyegaard. Toen Jacob Severin Nyegaard ( 1746-1818) zich in Nederland vestigde, vertaalde hij Nyegaard in Nieuwenhuis. Deze vertaling werd van toen af de familienaam.

Als kind was Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard vaak ziek. Hij kreeg huisonderwijs. Reeds vroeg openbaarde in hem zijn bijzondere voorliefde voor Scandinavië. Zijn lievelingsvakken waren van jongs af aan geschiedenis, volkenkunde, Noorse mythologie en Germaanse taal- en naamkunde. Het was zijn stellige wens om predikant te worden. Vanwege zijn zwakke gezondheid studeerde hij theologie te Lausanne en Schotland. Tijdens zijn studie trad hij in het huwelijk met Elise Sypkens. Na voltooiing van zijn studie keerde het gezin Domela Nieuwenhuis Nyegaard terug naar Nederland. Door zijn calvinistische opleiding lukte het hem niet een plaats te krijgen als Luthers predikant. Hij ging toen over naar de Nederlandse Hervormde kerk, waartoe ook zijn echtgenote behoorde. Hij kreeg een post als leraar bij de Belgische Zendingskerk te Oostende. Hij ervoer in Oostende de taalstrijd en begon mee te leven met de Vlaamse Beweging.

In 1898 nam hij een beroep aan naar de Hervormde gemeente Odijk. Daar trad hij op de voorgrond in de Christelijke Drankbestrijding en de Nederlandse Vegetariërsbond. Hij keerde in 1903 weer naar Vlaanderen terug waar hij predikant werd van de Evangelisch-Hervormde gemeente te Gent. Door het ministerie van Justitie werd hij aangesteld tot aalmoezenier voor de protestantse gedetineerden in de gevangenissen te Gent en Brugge. Samen met zijn vrouw voerde Jan Derk te Gent een strijd tegen de armoe en het drankmisbruik. Herhaaldelijk reisden zij naar Frans-Vlaanderen waar Jan Derk te Duinkerken en Robeke (Roubaix) predikte. Vaak kwamen zij in het dorpje St. Marie-Horebeke, in de Geuzenhoek bij Oudenaarde.

De pastorie te Gent ontving vele logés. Onder meer logeerden er Ferdinand Domela Nieuwenhuis, de anarchist en Pieter Geyl, de latere historicus en „vader” van de Groot-Nederlandse geschiedschrijving. Omstreeks 1910 kreeg Domela Nieuwenhuis Nyegaard zitting in het bestuur van de afdeling Gent van het Algemeen Nederlandsch Verbond. Geleidelijk groeide zijn afkeer van de Belgische, door francofielen beheerste staat uit tot een bittere haat. In mei 1914 verscheen het maandblaadje „De Bestuurlijke Scheiding” waarin tegen het unitaire België stelling werd genomen. Domela werd erbij betrokken. De groep rond dit blaadje kreeg formeel de naam „Jong-Vlaanderen”. Jan Derk werd voorzitter. Men stelde een beginselprogramma op, waarin de verdwijning van de staat België werd geëist en de stichting van een vrije staat Vlaanderen, waarbinnen voor de Franse taal geen plaats meer zou zijn. Domela Nieuwenhuis Nyegaard maakte een concept voor een koninkrijk Vlaanderen met een lid van het geslacht Nassau aan het hoofd en voorlopig onder Duitse bescherming. Verder lanceerde hij het denkbeeld van een Alteutonenbond, die alle Germaanse volken, ook het Engelse, moest omvatten onder opperste leiding en militaire bescherming van het „kernland” Duitsland. Intern moesten alle staten van die bond zelfstandig zijn. In februari 1915 werd met Duits geld door „Jong-Vlaanderen” het dagblad „De Vlaamsche Post” uitgegeven. „Jong-Vlaanderen” kreeg grote verbreiding in Oost- en West-Vlaanderen. Op 1 november 1915 verenigden al die groepen zich op een congres te Gent tot de „Nationale Beweging Jong-Vlaanderen”.

Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard had zich diep in het activisme gestoken en wel in de radicaalste vleugel daarvan. Vanaf maart 1916 had hij te kampen met tegenwerking van Duitse zijde; zijn extremisme mishaagde de bezettingsautoriteiten. Hij werd uit het hoofdbestuur van „Jong-Vlaanderen” gewipt. In november 1918, toen de Duitse ineenstorting aanstaande was, week Jan Derk uit naar Nederland. In 1919 werd hij te Gent bij verstek veroordeeld tot de doodstraf, waarop hij zijn hele leven zeer trots is geweest. Dank zij bevriende relaties kreeg hij in 1919 een predikantsplaats bij de Hervormde gemeente van Beetsterzwaag. Met zijn medeballingen uit Vlaanderen bleef hij in voortdurend contact. Van de Duitse Weimar Republiek had hij ten aanzien van „Vlaanderens bevrijding” geen enkele verwachting en zoals zovele „Jong-Vlamingen” werd Domela Nieuwenhuis Nyegaard een vurig voorstander van een staatkundig „Groot-Nederland”, d.w.z. van een volledige eenwording van Friesland tot het zuidelijkst Vlaanderen. Hij werkte nog mee aan verscheidene Vlaams-nationalistische en Groot-Nederlandse periodieken, zoals de weekbladen: „Vlaanderen”, „De Noorderklok”, „De Dietsche Gedachte” en het blad „De Dietsche Voorpost”.

In zijn Gentse jaren had hij een aantal studiën over de reformatie in Vlaanderen gepubliceerd; in Beetsterzwaag wierp hij zich op de Friese kerkgeschiedenis. Het nieuwe Duitsland van Hitler begroette hij met enige sympathie, doch van Musserts NSB hield hij zich verre. Het Groot-Nederlandisme in het Nationaal Front van Arnold Meyer c.s. trok Jan Derk aan, het antisemitisme zag hij niet. Kort na de inval van de troepenmacht van het Derde Rijk sloeg zijn gezindheid om. Naarmate de Duitse terreur drukkender werd uitte Domela zich daarover in heftiger bewoordingen. Eind 1943 ging hij met emeritaat. Hij verliet Beetsterzwaag en ging in Amsterdam wonen. Toen op 25 september 1944 zijn zoon Jacob, die bij enkele verzetsacties was betrokken, door de Duitsers in zijn woning werd doodgeschoten, hield hij in het openbaar een scheldkanonnade tegen Hitler en de zijnen. Hij werd door de Duitsers opgepakt, gevangen gezet en verbannen naar het eiland Schiermonnikoog. Na de bevrijding keerde hij weer naar Amsterdam terug. Via het Groot-Nederlandsgezinde Verbond der Lage Landen kreeg hij verbindingen met Vlamingen van de groep „Vive le Gueux – De Blauwvoet”(1947- 1949). Uit die kring kwam weldra het blad „Het Pennoen” voort, waarvan Jan Derk beschermheer en raadsman werd en waarvoor hij vele artikelen heeft geschreven 56).

Op 4 januari 1955 overleed hij. Op zaterdag 8 januari werd hij begraven. Veel belangstelling was er van de zijde van familie en vrienden. Vertegenwoordigers van allerlei organisaties waarin Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard een rol had gespeeld waren naar Woerden gekomen om hun voorman een laatste groet te brengen. Afgevaardigden van „Jong-Vlaanderen” strooiden Vlaamse aarde in de groeve. De plechtigheid werd geleid door de hoogbejaarde ds. Coolsma uit Groningen die het woord voerde aan de met dennentakken omzoomde groeve. Terwijl het stoffelijk overschot in de aarde wegzonk, declameerde de predikant het gezangvers:

„Als mijn lichaam zinkt in d’ aard,

– ’t Is mijn vast geloofsvertrouwen –

Blijft mij een gebouw bewaard,

En ’t geloven wordt aanschouwen;

‘k Zal aan ’t stof der aard ontvlien

En dan eenmaal Jezus zien”.

„Bij alle fouten die de Synode reeds heeft gemaakt”, aldus de spreker, „heeft ze ook nog dit prachtige vers uit ons gezangboek geschrapt. Maar al staat het alleen nog in de oude bundel, het is wel in het bijzonder van toepassing op de man wiens stoffelijk overschot we hier aan de schoot der aarde toevertrouwen. Hij is heengegaan zoals hij heeft geleefd. Wat zeg ik? Heengegaan? Naar huis gegaan. Het was zijn wens niet langer te blijven leven en 1955 niet meer mee te maken. God heeft die wens vervuld en hem tot zich genomen”. Een kleinzoon van Jan Derk las daarna enkele gedeelten uit Hebr. 11 en 12. Namens de familie sprak ds. Kraft en zei onder meer dat zijn oom een levende getuige was geweest van de kracht en de liefde van Christus. Twee sprekers brachten nog naar voren wat Domela voor Vlaanderen had gedaan.

Hoezeer de overledene nog aan Vlaanderen hing bleek uit het feit dat de baar op eigen verzoek was gedekt met de Vlaamse vlag, terwijl op verzoek van de familie op het graf het Vlaamse volkslied werd gezongen. Nadat een zoon had bedankt voor de belangstelling werd de plechtigheid door ds. Coolsma besloten met ’t „Onze Vader” 57). Hij werd begraven in graf 8.

Op zaterdag 5 januari 1985 werd ter herdenking van zijn 30e sterfdag een kleine herdenkingsplechtigheid op de begraafplaats gehouden. Er werden onder meer bloemen op zijn graf gelegd 58).

66. 1959, 26 juni   Karen Astrid Ingeborg Domela Nieuwenhuis.

Zij werd geboren te Scheveningen op 10 maart 1925. Zij was een dochter van mr. Onko Jalmar Tjardo Nyegaard Domela Nieuwenhuis Nyegaard, geboren te Edingburgh 15 april 1894, zoon van ds. Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard, en van Elisabeth Marie Mathilde Domela Nieuwenhuis, geboren te Bangkok 3 april 1892. Karen Astrid Ingeborg Domela Nieuwenhuis was van beroep verpleegster. Zij overleed te Harderwijk op 26 juni 1959 en werd begraven in graf 1-2.

67. 1961, 13 januari   Hans Peder Wilhelm Domela Nieuwenhuis.

Hij werd geboren te Amsterdam op 5 november 1960 en overleed aldaar op 13 januari 1961. Hij was een kind van mr. Harald Tage Sigvard Domela Nieuwenhuis Nyegaard, geboren te Amsterdam 8 juni 1931, zoon van mr. Onko Jalmar Tjardo Nyegaard Domela Nieuwenhuis Nyegaard en Elisabeth Marie Mathilde Domela Nieuwenhuis, en van Dorothea Clazina Hordijk, geboren te Batavia op 11 januari 1931. Hans Peder Wilhelm overleed op 13 januari 1961 en werd begraven bij zijn tante Karen Astrid Ingeborg in graf 1-2.

68. 1963, 23 februari   Victorina Amalia Ligtvoet.

Zij werd geboren in Makassar 24 december 1869. Zij trouwde te Loemadjang met dr. Isaäc Gerrit ten Noever de Brauw (25 november 1891). Dr. Isaäc Gerrit ten Noever de Brauw was een zoon van Jan Christiaan ten Noever de Brauw, medicinae doctor te Woerden en Anna Jacoba Catherina Andriessen. Hij was inspecteur der geneeskundige dienst van de zeemacht. Victorine Amalia Ligtvoet overleed te ‘s-Gravenhage op 23 februari 1963 en werd begraven in graf 10 waarin ook haar echtgenoot werd begraven.

Index op de namen van de begravenen.

Tussen haakjes staat het nummer vermeld van de plaats op de lijst van begravingen alsmede het graf waarin de begraving heeft plaatsgevonden.

Naam begraven persoonGeboortejaarOverlijdensjaarVolgnummerGrafnummer
Andriessen, Anna Jacoba Catherina183219044511
Boerlijst, Elisabeth Anna Maria18461934587
Brandt, Adriana Sophia18431911475
Brauw, Isaac de178418712811
Brauw, Johanna Coenradina Alida de1814185718
Brauw, Petronella de18191898429
Domela Nieuwenhuis, Hans Peder Wilhelm19601961671
Domela Nieuwenhuis, Jacob18361924519
Domela Nieuwenhuis, Karen Astrid Ingeborg19251959661
Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Jan Derk18701955658
Donckermann, Frederik Hendrik Lodewijk1773186526
Dormael, Marie Therezia van183919004313
Groeneveld, Aafje1807189238
Groeneveld, Aafje18431927544
Groeneveld, Alethes Albert1856185716
Groeneveld, Deonysius18551938594
Groeneveld, Dionisius173418131
Groeneveld, Dionisius1804185719
Groeneveld, Eugène Jean Joseph186619406013
Groeneveld, Gijsbert1770184914
Groeneveld, Gijsbert182818863613
Groeneveld, een doodgeboren kind van Gijsbert181718173
Groeneveld, Hillebrand Diederik1855185515
Groeneveld, Johanna Everdina Gijsbertha186919436312
Groeneveld, Johannes18421914485
Groeneveld, Klaas176418219
Groeneveld, Margaretha Emma1868186827
Groeneveld, Petronella1762183211
Groeneveld, Pieter Cornelis1841189441
Groeneveld, Theodora Lucretia1818189239
Groeneveld, Theodore Denis Martin1864186424
Groeneveld, Trijntje175918196
Haverman, Trijntje18201893407
Lambert, Louis Frederic1871187229
Lambert, Louis Frederic1872187331
Lambert, Louis Frederic1874187432
Ligtvoet, Victorina Amalia186919636810
Loos, Petronella de18801943625
Meurs, Herman Gerrit van18541929566
Meijer, Aletta Albertina1789188334
Meijer, Dionisius1788187330
Meijer, Dionisius18531921507
Meijer, een doodgeboren kind van Dionisius182018208
Meijer, Gerrit18171885357
Meijer, Hendrik Sekoet1859186021
Meijer, Jan1856185717
Meijer, Jan Engelke178718174
Meijer, Jan Engelke1821182210
Meijer, Johannes Engelke181918207
Meijer, Maria Anna18581933576
Meijer, Petronella1818186423
Noever, Gerrigje ten179618652511
Noever, Jan Christiaan ten175218142
Noever, Johanna Hendrica ten1788183412
Noever de Brauw, Isaäc Gerrit ten186119456410
Noever de Brauw, Jan Christiaan ten182218813311
Noever Groeneveld, Dirkje ten18101901443
Noorduijn, Hieronimus1822184913
Roessingh van Iterson, Frederik Hendrik Lodewijk18451926533
Roessingh van Iterson, Gijsbert18431907463
Roessingh van Iterson, Jan Willem18101889373
Roessingh van Iterson, Jan Willem18791924523
Rolandus Hagedoorn, Elisabeth18421916499
Rolandus Hagedoorn, Jan Derk18141858209
Schutstal, Lucretia Conradina1775186222
Sipkens, Jacob Jan186519285512
Sypkens, Andrea Elisabeth Hermina18691940614
Well, Arnolda Johanna van175518195


Noten:

1. Semi-statisch archief gemeentesecretarie Woerden (SSA-GSW) dossiernr. 2401. Brief directeur Gemeentewerken Woerden aan Burgemeester en Wethouders van Woerden, 7 mei 1969.

2. Archief van de Groeneveldstichting (AG). Genealogie Groeneveld, (c. 1890). Voor de totstandkoming van dit artikel is door de secretaris van de Groeneveldstichting mw. mr. V. Domela Nieuwenhuis inzage gegeven in het archief.

3. Oud-Archief Gemeente Woerden (OGAW) kast II nrs. 45 en 46. Kohieren van verpondingen op de landerijen, 1791-1801 en 1801-1806.

4. Mededeling N. Plomp.

5. Zie noot 4.

6. AG. Proces-verbaal van aankoop van de herberg „De Roos” met twee percelen grond uit de nalatenschap van Dionisius Groeneveld door zijn zoon Gijsbert Groeneveld, 14 maart 1815.

7. N. Plomp, Woerden 150 jaar. In: Speciale uitgave Herdenking 1813-1963, Woerdense Courant, 23 november 1963.

8. Zie noot 4.

9. C.J.A. van Heivoort, Uit Woerdens verleden, de Franse revolutie, Woerden, (c. 1915).

10. Archief der gemeente Woerden 1811-1936, inventaris L.C1.M. Peters, 1969, (GAW), inv.nr. 187. Ingekomen stukken, 1813.

11. Algemeen Rijksarchief (ARA), Notariële archieven, ( 1580) 1811 -1895, inventaris G.H.C. Breesnee, ‘s-Gravenhage, 1925,inv.nr. 8778. Testament van Dionisius Groeneveld verleden voor notaris Jacobus Bredius te Woerden, 26 juli 1813.

12. Frans van Geldorp, Stenen tussen licht en donker – grafmonumenten in Nederland, Apeldoorn 1972, pag. 88 e.v. Dood en begraven – sterven en rouwen 1700-1900, catalogus bij de tentoonstelling ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Eerste Algemene Begraafplaats Soestbergen te Utrecht, Utrecht 1980, pag. 84 e.v.

13. Archief van de kerkvoogdij der Nederlands-Hervormde gemeente te Woerden, inventaris J.W. Verbürgt, 1940, (KV), inv.nr. 348. Register van begravenen, 21 augustus 1783 – 2 februari 1841.

14. GAW inv.nr. 186. Ingekomen stukken, 1812.

15. H.L. Kok, De geschiedenis van de laatste eer in Nederland, Lochern 1970, pag. 12.

16. Frans van Geldorp, a.w., pag. 88.

17. Zie noot 13.

18. De namen van de begravenen nrs. 1 tot en met 12 en de data van begraven zijn afkomstig uit KV inv.nr. 348. Register van begravenen, 21 augustus 1783 – 2 februari 1841.

De namen van de begravenen nrs. 13 tot en met 37 en de begraafdata zijn gehaald uit GAW inv.nrs. 1038 en 1039. Registers van begravenen, 1848-1891.

Van 1891 tot en met 1935 hebben de gemeenteverslagen, GAW inv.nrs. 528-531, het aantal begravingen op de begraafplaats aangegeven. Door vergelijking met gegevens uit de bevolkingsregisters, GAW inv.nrs. 949-973, familieadvertenties en vermeldingen op de op de begraafplaats aanwezige zerken en grafstenen kon de lijst vanaf nr. 38 worden samengesteld. Vanaf begraving nr. 38 is alleen de datum van overlijden bekend en niet die van begraven.

19. Zie noot 11.

20. Om de verwantschap van de begravenen aan te tonen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen:

  • AG. Genealogie Groeneveld, (c. 1890);
  • GAW inv.nrs. 1665-1674. Registers van geboorten, 1811-1900;
  • GAW inv.nrs. 1681-1689. Registers van huwelijken en echtscheidingen, 1811-1900;
  • GAW inv.nrs. 1694-1704. Registers van overlijden, 1811-1920;
  • GAW inv.nrs. 899-973. Bevolkingsregisters, 1841-1938;
  • Rijksarchief in Overijssel. Akten der Burgerlijke Stand van de gemeente Stad Almelo en de gemeente Borne;
  • Archief van de Evangelisch-Lutherse gemeente te Woerden, 1675-1970 (75), inventaris C.L.J. de Kaper, 1983 (ELW), inv.nr. 119. Register houdende staat van lidmaten en gedoopten met aantekening van vertrek of overlijden, 1828-(1840);
  • ELW inv.nr. 125. Register houdende staat van lidmaten met vermelding van datum en geboorte etc, (c. 1897)-1936 en 1936-(c. 1955);
  • ELW inv.nrs. 153. Register houdende lijst van huwelijksafkondigingen 1690-1896, opgemaakt (1771-1896);
  • Familieadvertenties uit de verzamelingen van het Centraal Bureau voor Genealogie;
  • Nederland’s Patriciaat, uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie:

Genealogie De Brauw, 2e jaargang 1911, pag. 36 e.V.;

Genealogie Roessingh van Iterson, 35e jaargang 1949, pag. 71 e.V.;

Genealogie Domela Nieuwenhuis, 57e jaargang 1971, pag. 342 e.V.;

  • Zerken en grafstenen op de begraafplaats.

21. Zie noot 13.

22. GAW inv.nr. 51. Notulen van de vergaderingen van burgemeester en wethouders, 1829 – 4 maart 1831.

23. Zie noot 13.

24. GAW inv.nrs. 1038 en 1039. Registers van begravenen, 1848-1891;

25. GAW inv.nrs. 528-531. Verslagen van de toestand der gemeente, 1890-1935.

26. KV inv.nrs. 346. Register der kerkgraven volgens de ligging der graven, ( c. 1773-c. 1827).

27. GAW inv.nr. 1030. Stukken betreffende het kosteloos toekennen van grafruimten aan de eigenaren van een grafruimte in de Nederlands Hervormde kerk, 1827-1831.

28. Zie noot 26 en noot 13.

29. GAW inv.nr. 1037. Register van de eigenaren van graven en de in die graven begravenen, 1829-1891.

30. Zie noot 29.

31. Zie noot 6.

32. GAW inv.nr. 820. Oorspronkelijk aanwijzende tafel der grondeigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen etc, volgens het kadaster, 1832.

33. AG. Notulen van de vergadering der deelgerechtigden ter zake het familiekerkhof, 30 augustus 1918.

34. Zie noot 32.

35. AG. Rekening van notaris W.A. van Zijst aan J.W. Roessingh van Iterson betreffende de aankoop van diverse huizen, 1851.

36. Zie noot 33.

37. Zie noot 33.

38. Zie noot 33.

39. AG. Afschrift oprichtingsakte Groeneveldstichting, verleden voor notaris P.J. Laboyrie, notaris te ‘s-Gravenhage, 1919.

40. Zie noot 33.

41. AG. Diverse akten van grondaankoop, 1935-1954.

42. GAW. Index op de bouwvergunningen, 1905-1936 en 1937-1970.

43. SSA-GSW. Notulen van de vergadering van de gemeenteraad, 20 augustus 1937.

44. SSA-GSW dossiernr. 2401. Diverse gespreksnotities.

45. AG. Beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht inzake de wijziging van de statuten van de Groeneveldstichting, 1975.

46. Zie noot 18. Voor de biografische gegevens is gebruik gemaakt van dezelfde bronnen als genoemd bij noot 20. Tevens zijn gegevens ontleend aan: Album van Woerden en omstreken 1873, met tekst van N. Plomp, Woerden 1975.

47. Zie noot 13.

48. GAW inv.nr. 1694. Register van overlijden, 1811-1820.

49. N. Plomp, Ziekenzorg in Woerden, Woerden 1980, pag. 56.

50. Zie noot 49.

51. N. Plomp, a.w., pag. 59 e.v.

52. Zie noot 43.

53. Deze uitgave is nog verkrijgbaar bij de Stichts-Hollandse Historische Vereniging te Woerden.

54. N. Plomp, a.w., pag. 62.

55. J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Stamtafel van het geslacht Nyegaard-Nieuwenhuis, Domela Nieuwenhuis, in: Nieuwe bijdragen tot kennis van de geschiedenis en het wezen van het Lutheranisme in de Nederlanden, eerste deel, door dr. J.W. Pont, Schiedam 1907, pag. 169.

56. J. Charité, Biografisch woordenboek van Nederland, deel 1, ‘s-Gravenhage 1979, pag. 145 e.v.

57. Woerdense Courant, 14 januari 1955, verslag van de begrafenis.

58. Mededeling dhr. H. Ambagtsheer, De Brauwstraat 24.