{"id":2206,"date":"2020-12-31T02:38:07","date_gmt":"2020-12-31T01:38:07","guid":{"rendered":"http:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/?page_id=2206"},"modified":"2020-12-31T03:52:02","modified_gmt":"2020-12-31T02:52:02","slug":"fabriek-voor-metaalwerken-in-delft","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/fabriek-voor-metaalwerken-in-delft\/","title":{"rendered":"Fabriek voor metaalwerken in Delft"},"content":{"rendered":"\n<p>Uit: <\/p>\n\n\n\n<p>Het Nieuwe Instituut, Rotterdam, <\/p>\n\n\n\n<p>Koninklijke Fabriek F.W. Braat N.V. \/ Archief, nummer toegang BRAA<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p>Op 22-jarige leeftijd vestigde <a href=\"https:\/\/groeneveld-delft.nl\/tng\/getperson.php?personID=I50018&amp;tree=1\">Frederik Willem Braat<\/a> (1822-1889) zich als zelfstandig loodgieter en pompenmaker aan de Oude Langendijk te Delft. Hij deed dit nadat hij jaren in de leer was geweest bij verschillende loodgieters in Leiden, Voorburg en Utrecht. In 1868 was zijn bedrijf zo succesvol dat het kon verhuizen naar een groter pand aan de Phoenixstraat te Delft. Toen Frederik Willem stopte met werken in 1884 liet hij een lucratieve fabriek achter voor zijn twee zoons en schoonzoon. Deze tweede generatie Braat maakte van het bedrijf een vennootschap en verhuisde naar het terrein tussen de Hooikade en de Delftse spoorlijn. Rond 1930 werd door de derde generatie Braat een kantoorpand van de architect Jan de Bie Leuveling Tjeenk aan het bedrijventerrein toegevoegd. Het bedrijf kreeg vanaf 1970 te maken met grote financi\u00eble problemen. In 1972 werd de directie vervangen en kort daarna werd het bedrijf een B.V. In 1981 verhuisde het naar Rotterdam. Het bedrijf staakte alle activiteiten twee jaar later. Het bedrijf werd in 1994, na een faillissementslooptijd van elf jaar, uitgeschreven uit het handelsregister. Alle bedrijfspanden in Delft, behalve het kantoorgebouw aan de Hooikade, werden voor 1984 gesloopt. Het bedrijf is tijdens zijn bestaan het bekendst geworden door siersmeedwerk, kozijnen, verwarmingssystemen en schopeerwerk.<\/p>\n\n\n\n<p>Verschillende namen<\/p>\n\n\n\n<p>De verschillende namen waaronder het bedrijf bestond zijn: <\/p>\n\n\n\n<ul class=\"wp-block-list\"><li>Zinkfabriek F.W. Braat (1844-1882)<\/li><li>Koninklijke Zinkfabriek F.W. Braat (1882-1907)<\/li><li>Naamlooze Vennootschap F.W. Braat&#8217;s Koninklijke\nStoomfabriek van Werken in Zink en Andere Metalen (1907-1915)<\/li><li>Naamlooze Vennootschap F.W. Braat&#8217;s Koninklijke\nFabriek van Metaalwerken (1915-1929)<\/li><li>Koninklijke Fabriek F.W. Braat N.V. (1929-1972)\n<\/li><li>Fabriek F.W. Braat B.V. (1972-1983).<\/li><\/ul>\n\n\n\n<p>Samenwerking en afzetmarkt<\/p>\n\n\n\n<p>Hoewel de belangrijkste vestigingen van het bedrijf zich in\nDelft bevonden, was door fusies en overnames Braat N.V. ook buiten deze stad te\nvinden. In een jubileumpublicatie over het bedrijf uit 1969 worden\nwerkmaatschappijen in Schiedam en Oosterbeek genoemd. De firma ori\u00ebnteerde zich\nook op het buitenland, niet alleen voor samenwerking en vestiging, maar ook om\neen mogelijke afzetmarkt te vinden. Vooral uit Zuid-Afrika kwam, tot het\nuitbreken van de Boerenoorlog in 1899, een stroom opdrachten. Bij het wegvallen\nvan deze opdrachtgevers vond het bedrijf een nieuwe afzetmarkt in Scandinavi\u00eb.\nTijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) sloot Braat N.V. een verbond met het\nEngelse bedrijf The Crittall Manufacturing Company te Braintree en rond 1925\nwerden de afzetmogelijkheden in Nederlands-Indi\u00eb onderzocht. De fabriek besloot\neen vaste vertegenwoordiging van ingenieurs naar Java te sturen. <\/p>\n\n\n\n<p>Smeed- en gietwerk<\/p>\n\n\n\n<p>Deelname aan de tentoonstelling van de Koninklijke\nMaatschappij tot Aanmoediging van den Tuinbouw te Rotterdam (1857) zorgde\nervoor dat de vraag naar tuinbeelden van Braat aanzienlijk toenam. De levering\nvan metalen sierobjecten nam een vlucht toen de architect A.L. van Gendt de\nfirma in 1880 adviseerde zich toe te leggen op siersmeedwerk. De productie van\nobjecten als haardschermen, radiatoromkledingen, kachels en trapleuningen werd\nde grootste bron van inkomsten. In een voorbeeldenboek dat de zinkfabriek in\ndie periode gebruikte, zijn de meest uiteenlopende ornamenten te zien. Vier\njaar later voorzag het bedrijf onder andere het Centraal Station te Amsterdam\nen de Passage te Den Haag van zinken sierornamenten. Van 1888 tot 1928 was de\nbeeldhouwer K. Cramer bij het bedrijf in dienst. In de prijzenoorlog die de\nbranche vanaf 1908 uitvocht, moest de firma Braat het onderspit delven. Nog\nzeven jaar probeerden ze het hoofd boven water te houden, waarna de\nkunstsmederij werd gesloten. Kort na de Eerste Wereldoorlog hoopte het\nbedrijfopdrachten voor bronzen standbeelden in de wacht te slepen. Helaas was\nin Nederland te weinig geld beschikbaar voor dit soort objecten en de\nbronsgieterij moest in 1920 worden gesloten.<\/p>\n\n\n\n<p>Raam- en deurkozijnen<\/p>\n\n\n\n<p>Tot het brons- en metaalwerk dat de firma in 1908 voor het Vredespaleis te Den Haag verzorgde, behoorde siersmeedwerk, maar ook de raamkozijnen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de productie van raam- en deurkozijnen op gang. Deels werd dit veroorzaakt door de lage materiaalkosten tijdens de oorlog en deels door een goede samenwerking met het Engelse bedrijf Crittall, dat gespecialiseerd was in deze producten. Toen de architecten Brinkman en Van der Vlugt in 1928 de firma Braat vroegen om de ramen voor de door hen ontworpen Van Nelle fabriek te Rotterdam te vervaardigen, liet het bedrijf een speciale ramenwerkplaats bouwen. Aanvankelijk leverde de fabriek alleen ramen op maat. De invoer van standaardtypen in 1957 veranderde dat en de fabriek kreeg tijdens de naoorlogse wederopbouw orders voor de kozijnen en het hang- en sluitwerk van complete woonwijken.<\/p>\n\n\n\n<p>Verwarmingssystemen<\/p>\n\n\n\n<p>De vervaardiging van kachels was de\neerste stap van de firma Braat op het gebied van de verwarmingssystemen. In\n1915 legde de firma Braat zijn eerste wijkverwarming aan voor het\nRijkskrankzinnigengesticht te Woensel. Nadat het bedrijf in 1925 ook wijkverwarming\nin Utrecht had aangelegd was de afdeling Centrale Verwarming een feit. Rond die\ntijd kwam ook de levering van radiatoren op gang. Enkele van de afnemers waren\nhet postkantoor te Rotterdam en het Jachtslot St. Hubertus te Hoenderloo.\nTussen 1920 en 1934 produceerde het bedrijf oliebranders en vanaf 1929 plaatste\nhet ook oliestookinstallaties. De laatste vernieuwing op het gebied van\nverwarmingssystemen dat het bedrijf succesvol kon toepassen was\nplafondverwarming. Deze door de Noor G. Frenger ontwikkelde verwarming werd\nbijvoorbeeld toegepast bij de Rijksverzekeringsbank te Amsterdam.<\/p>\n\n\n\n<p>Schoperen<\/p>\n\n\n\n<p>In 1913 presenteerde de Zwitser M.U. Schoop een nieuwe metaal-behandeling die roestvorming tegen gaat. Met een spuitpistool met daarin vloeibaar metaal, meestal zink en aluminium, bracht hij een laagje aan op onbehandeld of gezandstraald metaal. Deze methode ging &#8216;schoperen&#8217; heten en de firma Braat vroeg in 1923 onmiddellijk een licentie aan voor de toepassing van het schoperen. De eerste opdracht dat jaar was de behandeling van de elektriciteitsmasten van de spoorlijn Rotterdam. Een paar jaar later was de toepassing van het proced\u00e9 in hoge mate geprofessionaliseerd. De architect M. Brinkman had de zinkwerkerij omgebouwd tot een speciale schopeerwerkplaats waar met 26 spuitpistolen werd gewerkt. Daarmee was de schopeerwerkplaats op dat moment de grootste ter wereld. In 1964 werd een pand ingericht, uitsluitend bestemd voor de &#8217;thermische verzinkerij&#8217;, zoals het proced\u00e9 binnen het bedrijf tegen die tijd werd genoemd.<\/p>\n\n\n\n<p>Uiteenlopende orders<\/p>\n\n\n\n<p>Naast dit alles heeft de firma Braat allerlei producten geleverd die verband hielden met speciale opdrachten. Voor schepen zijn uiteenlopende orders uitgevoerd zoals scheepsluchtkappen en patrijspoorten. Maar ook loden kisten bestemd voor zeebegrafenissen werden geleverd. Ook werden regelmatig bestellingen geplaatst voor hekken. Vlak na de eeuwwisseling waren het vooral de banken die Amerikaanse schuifhekken bestelden. Braat leverde rond 1916 de hekken voor het Scheepvaarthuis te Amsterdam. In datzelfde jaar gaf de Nederlandse Spoorwegen de opdracht om voedingwatervoorwarmers voor hun locomotieven te vervaardigen. Rond die tijd kwamen ook bestellingen binnen voor munitiewagens en zoeklichten. Waar het de fabriek in de Eerste Wereldoorlog naar omstandigheden prima was vergaan, was de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) een periode van moeizame productie. Van de in die tijd vervaardigde noodkachels en sleden is in dit archief dan ook niets terug te vinden.<\/p>\n\n\n\n<p>Koninklijke Fabriek F.W. Braat verkoopt aan het eind van de  negentiende eeuw zinken ornamenten tot ver in het buitenland. De twee  jongste zoons van oprichter F.W. Braat nemen het moderne en uiterst  succesvolle metaalbedrijf in 1884 over. Voor zijn oudste dochter heeft Braat een ander erfstuk in petto: een schriftje met zijn levensgeschiedenis.<\/p>\n\n\n\n<p>&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<\/p>\n\n\n\n<p>Van de site van het gemeentearchief van Delft:<\/p>\n\n\n\n<p>Frederik Willem Braat (1822-1889) schrijft de memoires voor zijn dochter Maria Petronella op als zij in 1886 het huis uitgaat en met haar man Tobias Draijer naar Nederlands-Indi\u00eb vertrekt. Braat beschrijft hoe hij als ambachtsleerling na twee weken ontslagen wordt bij zijn leermeester in Utrecht wegens gebrek aan ervaring. Hij overweegt om met een vriend naar Berlijn te gaan. Alleen omdat zijn vader er sterk op aandringt, komt hij terug naar Delft en vestigt hij zich als 21-jarige met een bescheiden loodgietersbedrijf aan de Oude Langendijk. \u2018Daar was nu mijn lot beslist: loodgietersbaas in Delft, zonder een cent te bezitten.\u2019 Over die financi\u00ebn hoeft hij zich al snel geen zorgen meer te maken. Braats vernieuwende gebruik van zink zorgt voor een bloeiende handel. In 1874 wordt hij hofleverancier, in 1881 krijgt het bedrijf het  predicaat \u2018koninklijk\u2019.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is mooi om te zien hoe de <em>pater<\/em> <em>familias<\/em> over de successen en mislukkingen schrijft. Toch schuilt de ware kracht van dit schriftje in de verhalen eromheen. Het verhaal van Fabriek F.W.  Braat is vaker verteld, de geschiedenis van Frederik Willem zelf is minder bekend. Zo onthult hij al direct dat hij eigenlijk voorbestemd was voor een betrekking aan het hof van prins Frederik om in de voetsporen te treden van de oom naar wie hij vernoemd is. Als hij oud genoeg is voor een betrekking is zijn oom echter al overleden. Hij kan  hem niet aan het hof introduceren en Braats carri\u00e8reperspectief  verandert radicaal. Geen koninklijke hofdienst dus, w\u00e9l een koninklijk bedrijf.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Uit: Het Nieuwe Instituut, Rotterdam, Koninklijke Fabriek F.W. Braat N.V. \/ Archief, nummer toegang BRAA Op 22-jarige leeftijd vestigde Frederik Willem Braat (1822-1889) zich als zelfstandig loodgieter en pompenmaker aan de Oude Langendijk te Delft. Hij deed dit nadat hij &hellip; <a href=\"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/fabriek-voor-metaalwerken-in-delft\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-2206","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2206","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2206"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2206\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2210,"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2206\/revisions\/2210"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.groeneveld-delft.nl\/wordpress\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2206"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}